Het Neolithische geslacht Van den Dool

De afkomst van de mens heeft altijd mijn belangstelling gehad. Veel van de discussie daarover wordt de laatste tijd gevoerd aan de hand van Y-chromosoom onderzoek. Als telg van de Cornelistak en vader van vier jonge Van den Doolen, was het voor mij een interessante bijkomstigheid dat de genetische informatie op het Y-chromosoom op dezelfde manier overerft als de achternaam, namelijk van vader op zoon. Niet alleen kan zo het Van den Dool geslacht globaal gerelateerd worden aan de Nederlandse prehistorie, maar dichter bij huis maakt dit het een uitgelezen methode om leemtes in onze genealogische kennis op te vullen. In een toekomstig project zouden zo bijvoorbeeld de bekende hoofdtakken van de Van den Dool familie met meer zekerheid aan elkaar verbonden kunnen worden. Misschien dat ook nog verschillende oude geslachten uit ons voorouderlijk gebied Giessenlanden en daarbuiten met elkaar verbonden kunnen worden.

Den Dool bevindt zich in de gemeente Giessenlanden, niet ver van de Klokbekergraven van Molenaarsgraaf, gedateerd 2200 v. Chr.

Eerlijk gezegd heb ik vrij lang gewacht met die test, omdat vooral in het begin niemand precies wist wat het allemaal betekende. Nu weten we dat de meeste genengroepen met de eerste landbouwers Europa zijn binnengetrokken en zich in het Neolithicum langzaam, akker na akker, van oost naar west hebben verspreid. Dat kun je zien aan mutaties die zich van oost naar west ophopen. In Nederland waren het de boeren van de Bandkeramiek cultuur die zich rond 5500 v. Chr. in Limburg vestigden. Hun voorouders moeten hun wortels in zuidoost Europa of Turkije gehad hebben, en vermoedelijk was hun voornaamste genengroep op de Y-chromosoom de “haplogroep” die wordt aangeduidt met R1b.

Voornaamste verspreiding van de genengroep aangeduid als haplogroep R1b. De Neolithische oorsprong in Turkije is voor een kennersoog duidelijk te zien.

Er waren ook landbouwers die uit het Midden Oosten kwamen en een veel zuidelijkere koers volgden, langs de middellandse zee en naar Afrika: die hadden vooral haplogroep E. De oorspronkelijke bevolking van ons gebied, jagers en verzamelaars, had misschien wel uitsluitend haplogroep I. Daarnaast zijn er nog veel meer haplogroepen, maar die zijn allemaal zeldzaam in Nederland. Het overwicht van de mannelijke genen van de eerste boeren wil niet zeggen dat de oorspronkelijke bevolking is uitgeroeid, verre van dat. Land was eenvoudig een kostbaar bezit dat meestal van vader op zoon werd overgeërfd, zodat het een typisch verschijnsel is over de gehele wereld dat boerengemeenschappen onevenredig veel bijdragen aan de overerving van mannelijke genen, bovendien spreken we hier over een proces van duizenden jaren.
Overigens is het voor vrouwelijke Van den Doolen voorlopig onmogelijk om genetisch iets “eigens” te ontwaren van de eerste van den Doolen, maar langs de mannelijke lijn kunnen we inmiddels veel dieper in de geschiedenis terugkijken dan oude kerkarchieven toelaten. Al gelijk bij mijn eerste testresultaten – twaalf markers – werd duidelijk dat de Van den Doolen inderdaad afstammen van de eerste landbouwers die haplogroep R1b hadden. Bijzonder detail is dat ook Van den Dool een typisch boerengeslacht was. Sinds het Neolithicum is erg veel gebeurd in Europa, maar zou de tijd in Den Dool misschien hebben stilgestaan? De twaalf markers bleken nogal afwijkend van de norm, wat op het eerste gezicht hoge ouderdom en langdurige lokale isolatie bevestigt.

Certificaat met de 67 geteste STR markers. De testuitslag DYS646X=cccg, kenmerkend voor de alleroudste haplotypes met de L257 mutatie, staat er helaas niet op.

De Bandkeramiekers werden duizend jaar later opgevolgd door de Michelsbergcultuur, die waarschijnlijk was uitstaan uit een fusie met de Nederlandse Swifterbant cultuur, oorspronkelijk een volk van inheemse jagers en verzamelaars die rond 4500 v. Chr. de landbouwkunst hebben overgenomen van hun zuiderburen. De gelijkvormigheid van West-Europees R1b duidt erop, dat er vanaf nu een snelle Atlantische expansie van de R1b groep plaatsvond, die ook terugwaarts over de culturen van Centraal Europa heen plaatsvond. Europees R1b wordt daarom ook wel “bipolair” genoemd, omdat er twee duidelijk gescheiden expansie centra bestaan: in Turkije en in West Europa. Van de Westgroep verbreidde zich ten noorden en oosten van de Rijn voornamelijk de U106 mutatie, terwijl ten zuiden daarvan tot aan Ierland en Spanje de nauw verwante P312 mutatie ging overheersen. U106 wordt ook wel aangeduid als “Fries”, en is tegenwoordig vooral verbreid onder West-Germaanse volkeren, zoals Engelsen, Nederlanders en Noord-Duitsers. De Van den Doolen bezitten de U106 mutatie.
Toen de Bronstijd aanbrak, was Nederland een belangrijk centrum van prehistorische Klokbekervolkeren geworden. Het is niet helemaal bekend waar deze volkeren ontstonden, maar in Nederland lijkt een verbinding te bestaan met de eerdere Swifterbant cultuur, en vandaar misschien ook met de Hunebedbouwers die hen eerder in het noorden hadden opgevolgd. De trechtervormige vorm van het Hunebedden aardewerk is nog wel enigszins te herkennen in de Veluwse Klokbekercultuur, waarvan de makers handel dreven tot in Scandinavië. In Molenaarsgraaf, een paar kilometer ten westen van Den Dool, werden iets jongere Klokbekergraven gevonden uit ongeveer 2200 v. Chr., weliswaar van mindere kwaliteit maar toch nog herkenbaar ermee verwant.

Aardewerk van de Trechterbeker cultuur. Zie vooral de kenmerkende trechtervormige beker achter. 3500-2500 v. Chr.

Twee Veluwse Klokbekers links (2500-2200 v. Chr.) en een Klokbeker uit Molenaarsgraaf rechts (2200-2100 v. Chr.). De opstaande kraagranden doen een directe ontwikkeling uit de Trechterbeker traditie vermoeden.

Het is een aanlokkende gedachte dat Den Dool vanaf deze tijd continu bewoond is geweest door boeren die bedreven waren in het bedwingen van de lokale moerassen. De honkvastheid van onze voorouders heeft de ouderdom van de L257 mutatie als ondergrens. Mensen met deze zelfde mutatie wonen overal waar de Nederlandse Klokbekers handel dreven, van Schotland tot aan Zweden, maar juist de Van den Doolen bezitten genetische kenmerken die aan de basis van deze groep staan. Er is geen latere gebeurtenis bekend die het bestaan van “Nederlandse” genen op zulke verre plaatsen kan verklaren, zodat de Van den Dool genen op het Y-chromosoom zich waarschijnlijk inderdaad ten tijde van de Klokbekergraven van Molenaarsgraaf hebben afgescheiden toen de eerste telgen van ons geslacht het land in de omstreken van Den Dool voor landbouw in bezit nam.

Naschrift: Langzaam aan komen wereldwijd meer mannen met de L257 mutatie boven water. Die blijken dan vaak hun stamboom terug te kunnen voeren naar gebieden die mogelijk een bijzondere historische band hadden met Friezen, zoals Zwitserland die volgens hun eigen mythe onder andere door Friezen is bevolkt, of Schotten die minstens al sinds de aanwezigheid van Friese hulptroepen bij de Romeinse Muur van Hadrianus veel Friese contacten hadden. Ook de familie van de bekende Nederlandse filosoof Bernard Mandeville draagt deze mutatie, zodat wegens hun vermoedelijk Normandische afkomst de mutatie zelfs deze kusten kan hebben bereikt. Het is onwaarschijnlijk dat de dunne verspreiding van de L257 mutatie wereldwijd kan worden teruggevoerd tot gebeurtenissen die ouder zijn dan de Romeinse tijd en de Germaanse volksverhuizingen vlak voor de middeleeuwen. Sinds de Bekertijd zijn er geen andere grote volksverhuizingen bekend die de betrokkenheid van Nederland bij de verspreiding van deze mutatie kunnen verklaren. De Friese migraties en contacten die mogelijk in aanmerking komen voor de verspreiding staan in de volgende globale schets aangegeven.


Aanbevolen:

  • Familie van den Dool – De Genealogie
  • L257, A North Sea Tribe – Y-DNA Profiles
  • Myres et al. – A major Y-chromosome haplogroup R1b Holocene era founder effect in Central and Western Europe, 2010, link or try here.
  • Alison Sheridan – From Picardie to Pickering and Pencraig Hill? New information on the ‘Carinated Bowl Neolithic’ in northern Britain, 2007, link
  • Pierre Allard – The Mesolithic-Neolithic transition in the Paris Basin : a review, 2007, link
  • P. Balaresque et al. – A Predominantly Neolithic Origin for European Paternal Lineages, 2010, link
  • L. Morelli et al. – A Comparison of Y-Chromosome Variation in Sardinia and Anatolia Is More Consistent with Cultural Rather than Demic Diffusion of Agriculture, 2010, link
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s