Dagboek van mijn vader

Dit is het dagboek van mijn vader. Joseph Marinus van den Dool, beter bekend als Joop. Het gaat om niet meer dan een paar bladzijden uit zijn leven, duidelijk geschreven in een klein notitieboekje. Het was 1946 en het dagboek begint op 8 mei, precies één jaar na de oorlog, toen “Jopie” – geboren 1 oktober 1926 te Rotterdam – nog maar 19 jaar oud was. In Nederlands-Indië was de oorlog nog maar nauwelijks beslecht toen hij als overtuigd vrijwilliger in dienst ging. Mijn vader (ik kende hem als Joop) zou de opstandige Soekarno met zijn kliek altijd “de Jappen” blijven noemen, ook al heeft hij wegens zijn aanstelling als legerchauffeur aan de gevechten nauwelijks meegedaan. Het vechten zat hem niet in het bloed en in de vier jaar dat hij in Nederlands-Indië verbleef, vatte hij een enorme liefde op voor het land. Het dagboek geeft een goede indruk over wat wél in zijn bloed zat:

“We komen overal, Wezep, Zwolle, Breda, Arnhem, Amsterdam, Haarlem en door het hele land. Dit is echt en straks Engeland en Indië, andere gebruiken, gewoontes van andere volken leren kennen, dat wil ik wel want terug wil ik toch niet meer. Het leven in dienst is gezellig, jongens onder elkaar ed. Maar toch kan ik soms een jongen benijden die een meisje heeft die lief is en knap, want daar hunker ik naar, zo is het altijd iets.”

“Toen ik thuis was, hunkerde ik [naar] verre vreemde landen – nu nog wel, maar eenmaal terug (en dan) een eigen zaak met een lief knap vrouwtje, dat wordt toch de grootste wens.”


Los in het notitieboekje vond ik tussen de bladzijden een uitgeknipte foto van een aanleghaven, en vijf gedroogde blaadjes. Ik herinner mij de verhalen die zijn legervrienden jaren later nog over Joop wisten te vertellen, over de verzameling vlinders en andere vondsten uit het jungle die hij bewaarde in lege patroonhulzen.

Zijn ervaringen in Nederlands-Indië hebben zijn verdere leven sterk beïnvloed. Toch was zijn tijd in het latere Indonesië helaas niet alleen idyllisch. Hij heeft vreselijke dingen gezien, die hem uiteindelijk voor zijn gezin ook heel gesloten maakte over deze periode. Hij heeft er de wandaden gezien van naasten, waarmee hij elke dag moest optrekken en die ook in Nederland nooit uit het oog verloren gingen. We hadden familie van een potentiële oorlogsmisdadiger als buurman. Deze werkte zich schietend door een kampong vol vrouwen en kinderen. Joop was geen soldaat in hart en nieren, maar toch geloofde hij stellig in de militaire missie. Loyaliteit zal hem ervan weerhouden hebben de Nederlandse vlag te bezoedelen door zulke dingen op te rakelen, maar ik weet dat het aan hem gevreten heeft. De teloorgang van Indonesië maakte een diepe indruk op hem, maar gelukkig hoefde hij zichzelf niets te verwijten.

Dit dagboek stopt op zaterdag 14 september. Eén dag na een expeditie in de richting van het Javaanse Buitenzorg (tegenwoordig Bogor):

“De wegen zijn zeer verwaarloosd en zijn een enkel gat. Het is moeilijk rijden, de natuur is prachtig, sawa’s rijstvelden, plantages ed. Overal [zijn] nog de spooren te zien der Japanse overheersing. Depok (West Java, RD) is door rampokken totaal uitgemoord, thans liggen er jongens van de infanterie.”

De rest blijft vooralsnog een gesloten boek. Misschien dat het vervolg ooit in briefvorm naar huis werd geschreven. Er gingen geruchten over de ronde, onder meer omdat hij er zijn ontmoeting met een zeemeermin in beschreef, tot groot ongenoegen van zijn moeder. Joop was een ongewone man in een wereld die altijd wat te benauwd voor hem was. In zijn notities gaf hij aan een innige briefwisseling met zijn zus Henny te onderhouden, in ieder geval over zijn liefdesleven. Tot voor kort bewaarde ze zijn brieven nog, samen met vele andere herinneringen uit Nederlands Indië. De brieven heeft ze uit privacy overwegingen nooit willen prijsgeven en het is maar de vraag of ze dit ooit zal doen, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van vrouw en kinderen. Het laatste bericht hierover was, dat ze alles had weggegooid. Degenen die haar behoudende aard het beste kennen, kunnen dit nog niet geloven. De tijd neemt veel en geeft zelden iets terug, maar wie zal het zeggen?

In de volgende transcriptie heb ik het taaleigen zoveel mogelijk bewaard, behalve enkele overduidelijke slordigheden in de spelling. Voor de leesbaarheid is hier en daar interpunctie toegevoegd of gewijzigd. Waar een woord (teveel) staat, gebruik ik ronde haken en waar een woord moet worden [toegevoegd], gebruik ik rechte haken. Verduidelijkingen staan tussen ronde haken en zijn gesigneerd (met mijn initialen, RD).

Dagboek van J.M. van den Dool
2e Batterij
1eafdeling
9e Veldartillerie (N.O.I.)
[Woensdag] 8 Mei [1946]
Het is de laatste dag dat ik thuis ben, ik moet nog afscheid nemen van juffrouw Goppel, Vermaas en de buren. Op de Admiraliteitskade kon ik na veel moeite 5 papierfilmrolletjes kopen. Van Vader kreeg ik zijn eigen leren portefeuille en van Henny haar fototoestel met twee zakjes bonbons. Van Moe zou ik een ring krijgen maar hiervoor moesten we 6 gram goud of 6 X f 12 betalen, dus had ik hem liever niet.
Mevrouw Vermaas kwam met Greta speciaal van de overkant naar mij om gedag te zeggen en ik kreeg van haar 2 repen Engelse chocolade. Eergisteren kreeg ik van familie Visser het boek “Zo leven wij in Indië” als herinnering aan mijn vertrek naar Indonesië, hier hecht ik nog temeer waarde aan omdat ik nog altijd veel voor Sjane voel en betreur het dat wij zoveel verschillen in de leeftijd.
Om half één ging ik van huis, Moeder en Henny zouden mij wegbrengen. Gre Waagmeester was er ook en denkelijk komt ook zij naar Indië als Arjen weer bij de B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij, RD) gaat werken. Het afscheid van Vader viel me wel mee, hoewel hij wel moeite had om zijn tranen in te houden, evenals ik, en [ik] moest beloven een aapje voor hem mee te nemen. Kees pakte me beet en drukte me zo stijf tegen zich aan en huilde erg. Het blijkt mij nu nog eens duidelijk hoe dat zij allen van mij houden, want hoewel Kees onverschillig lijkt is het een goede jongen met een goed hart.
Op het station Maas stond de trein reeds klaar, ik nam afscheid van Moeder en Henny en ging het station zelf op. Even later vond ik Jan de Jong reeds in de trein. Om 10 over één vertrekt de trein, bij Gouda stapte er een hoge Duitse officier in met een hakenkruis op zijn borst, hoe is dat mogelijk, hij was vergezeld van twee rechercheurs, vermoedelijk is hij bestemd voor Neurenberg.
Verder verliep de reis goed, het is mooi weer en we staan voor de geopende deur, alleen bij Maarle(n) hadden we 3 kwartier oponthoud, daar het hier een stuk enkel spoor was en er een trein in aantocht was.
Tegen half vijf waren we in Arnhem, [we] gingen regelrecht naar de Bloemstraat en stuurden er twee jongens naar het adres van Lies, zij waren echter niet thuis, even later kwam Lies de straat in lopen en ging [ze] met ons mee. Op een bankje bij de A bank maakte ik van Jan en Lies een foto.
Vanmorgen maakte ik [ook] 8 foto’s van Pa met de hond, de geit, de konijnen en verder nog van Henny en Moe.
Om kwart over vijf ging Lies eten en nam [ze] de tassen van ons mee. Zeven uur kwamen zij op de afgesproken plaats bij de ijzerwinkel. Wij stonden voor het raam van de winkel en zagen hun aankomen. Toen [ik] Annie zag, viel er iets van mij af, wat weet ik niet, maar opeens viel ze me tegen, het lijkt of ik nu niets meer om haar geef. We begroeten elkaar en wandelden met ons vieren naar het Sonsbeek park. In het park gingen we op een bankje zitten, na eerst een paar foto’s gemaakt te hebben, die denkelijk mislukt zijn wegens slechte belichting. Ik gaf haar, Annie, de doos bonbons. Het begon nu te schemeren en we stapten op, om Lies en Jan te zoeken die we kwijt waren. Ik ging met haar het bos in en zei dat ik liever met ons tweeën wou wezen. On- of gelukkiger wijze vonden we dan Lies en Jan op het bankje zitten, en toen gingen wij verderop op een boomstronk zitten, zij viel achterover door mijn toedoen, het was hier echter vuil en ik pakte haar op en legde haar op het mos, achter een boom, ik lag naast haar en liet mijn handen werken, ze lag en zei dat ze liever wou zitten, ik vroeg of ze niet goed lag, ze zei “ja, maar ik wil zitten.” Op het laatst zei ze “Niet doen, niet doen Jopie, o Jopie, doe niet”. Ik kon mij bedwingen want hoewel de strijd zwaar wordt, is de wil groter om mij niet in het ongeluk te storten, maar grotendeels om haar. Want ze gaf niet geheel toe, dat waardeer ik en [ik] houd daarom van haar. Later zaten we in de stad op een bankje en begon het weer opnieuw. Nu heb ik een speld van haar ondergoed en doe deze op mijn Battledress als talisman.
Om 11:30 namen we van elkaar afscheid.
Op de hoofdstraat stonden we te liften tot 12 uur zonder dat we succes hadden. We liepen naar het station omdat we dachten dat daar nog wagens van ons moesten komen, het was echter niet zo. Eindelijk om half één kwam er een G.M.C. (Amerikaans auto- en vrachtwagenmerk, RD) en na een tijdje praten, besloot hij om, als we de man een f 1 [één gulden] gaven, ons naar het kamp te brengen. En zodoende lagen we om half twee weer op onze vertouwde stroomatras.
9 Mei Donderdag
Vanochtend was het om 7 uur reveille en na het appèl van 9 uur kregen we exercitie van Van Wamelen, daarna moesten we aardappels jassen en intussen werd van ons een pasfoto gemaakt voor ons Oorlogsboekje.
De jongens die wacht hebben gehad van de week maken zich klaar om naar huis te gaan. Na het middagappèl moesten we weer aardappelschillen tot 5 uur toe en [we] namen hiervan nog wat foto’s.
Ik besloot vroeg naar bed te gaan, maar de vlieger ging niet op, want onze batterij moest met 18 man op wacht. Wij, Jan en ik, bezaten de tweede wacht van 9-11 uur en voordien schreef ik een brief naar Annie en naar huis. Onze wacht bestond uit het bewaken van het kamp, dat er geen jongens uit ontsnapten, net wat voor ons. We zijn bewapend met sten zonder kogels.
10 Mei Vrijdag
Van 9 tot 11 uur had ik voor de tweede maal wacht, maar nu waren er arbeiders aan het werk om het kamp te omheinen met prikkeldraad dus een soort concentratiekamp. Het is prachtig weer en de wacht hier is best door te komen. Tegen de avond werd er een [uitge]gepikt die met zijn sten in de lucht had geschoten. Na het eten werden we om 7 uur afgeloot.
Om 8 uur was er contra-appèl en werden er 4 gesnord die er tussenuit geknepen waren.
11 Mei Zaterdag
Het weer is schitterend. De wapens werden uitgereikt en de seiners, chauffeurmonteur kregen een stengun, dus nu heb ik het gemakkelijk met schoonmaken en het dragen. Er moeten papieren worden ingevuld en [wij] konden in het gras liggen, want ik kwam niet aan de beurt en ’s middags ook niet.
Görtz kwam vanmiddag terug van verlof. Ik kreeg van thuis een envelop met een klein briefje van Ans, dat ze naar mijn huis had gestuurd.
De quarantaine valt niet mee, vooral Zaterdag en Zondag en als het zulk mooi weer is, zou ik best naar Arnhem willen.
Zondag 12 Mei
Het was 7 uur reveille en na het eten zouden we naar de kerk gaan, maar daar de dominee niet kon komen om 9 uur gingen we met de Batterijen marsen. We liepen om het vliegveld Deelen en hebben ongeveer 2 uur gelopen. De Moffen hebben daar al die gebouwen in de lucht laten vliegen, hier vandaan ligt een [in] melkaar gesmolten vliegtuig.
Heb mijn wasje gedaan, bestaande uit 2 handdoeken en sokken, maar dat is nog hopeloos.
Vanmiddag zijn we in een Villa bij den fam Batavia (?) op bezoek geweest met al de Batterij, om te luisteren naar de radio uitzending Holland – België en Holland won met 6-3, iets wat wij nooit hadden durven hopen. ’s Avonds heb ik nog een brief geschreven naar Oom Koos en Joop in Indië. Op mijn sten heb ik met witte verf “ANNIE” geschilderd, hoewel ik weet dat het met ons toch niets kan worden, omdat ten 1e ik naar Indië ga en haar nog een koude week kan [zien en ten] 2e omdat zij katholiek is en ik liever niet van mijn geloof afstap, denk ik toch steeds aan haar.
Maandag 13 Mei
We kregen na het eten een uurtje exercitie en werden daarna met een penseeltje uitgestreken om te kijken of we soms difterie of zoiets hadden. Samen met Jan toen dat klaar was naar een loodgieter gegaan, aan wie we een Vrijdag een brief hadden meegegeven. Hij had de brief afgegeven, maar liet [zich] verder over de meisjes niet veel uit.
Vanmiddag moesten we verhuizen naar een andere barak, zodat we nu alleen met de 2e Batterij in één barak liggen. Görtz, Jan en ik liggen naast elkaar, daarna kregen we inspectie. Het weer is omgedraaid in zware regenbuien. Er is in de Hangar een fakir die optreedt voor het concentratiekamp Deelen (zoals wij het noemen).
De avond was reuze interessant. Er werden negen jongens verzocht op het toneel te komen en ook Sam van Veen ging er naar toe. Sam was direct onder hypnose en een ander zat op een stoel te huilen en een kwartier achter elkaar een zogenaamd draaiorgel te bespelen. Schijfschieten geblinddoekt was prachtig, hij schoot geregeld roos en moest de roos zoeken als hij elders geplaatst was. Op het eind hypnotiseerde hij kippen en een haan.
Jan kreeg een brief van Lies en die schreef dat Ans niet meer zou schrijven, omdat het toch niets meer gaf als wij naar Indië zouden vertrekken.
Dinsdag 14 Mei
Het regent nog enigszins en na het appel gingen we een klein marsje maken tot 5 kilometer voor Arnhem. Er was een bespreking over het a.s. vertrek, het ligt geheel aan deze uitslag of we gaan of niet.
Vanmiddag hadden we warm eten, het eten is in Deelen ook niet te veel.
Ik heb een brief naar Annie geschreven en ben benieuwd of ze terugschrijft, het zal wel niet, want ik heb de brief te sentimenteel gemaakt en als zij hem leest, moet ze wel denken dat ik helemaal weg ben van haar en het verschrikkelijk meende.
Vanmiddag kregen we een soort aardrijkskunde over Indië, zijn bewoners, dieren en grondsoorten.
We hebben de brieven meegegeven aan de loodgieter die in Arnhem woont. Kreeg een brief uit Rotterdam van Henny en een kaart van juffrouw Goppel.
’s Avonds nog even stoelen versjouwd voor de Officieren en wachtmeesters. Er is weer een brief voor Jan met een briefje van Ans voor mij. Zij schrijft dat ze niet meer zal schrijven, daar een militair (dat liegt ze) toch niets is en wegens het vertrek naar Indonesië toch geen nut meer heeft. Van de filmrolletjes die ik naar haar had opgestuurd, hoor ik nog niets.
Woensdag 15 Mei
De 2e Batterij moest het weer ontgelden, nl. we moesten aardappels jassen en ’s middags naar de keuring. Hoofdzakelijk voor de keel, oren en voeten en voornamelijk de geslachtsdelen. Ik ben goedgekeurd, hoewel ik eerst had gedacht van niet. Er werden van ons 7 afgekeurd waarvan 2 chauffeurs, nl. Blom en Cleton
Om 3 uur werden er tot 5 uur films gedraaid over het front wat wel en niet moet. Na het eten moesten we weer op wacht, maar we zouden pas om 10 uur op moeten komen om de instructiefilms te kunnen bekijken.
Natuurlijk waren er te weinig gestraften die de wacht zolang zouden overnemen zodat de tweede wacht, en daar zat ik ook bij, uit de bioscoop werden geroepen en zo stond ik weer van 9-11 op wacht.
Donderdag 16 Mei
Het eten dat wij vanochtend kregen was niets, slechts twee boterhammetjes haalden we er uit. Ik heb de wacht van 9-11 uur voor het wachtgebouwtje.
Vanmiddag kregen we bijna niets te eten, daar er niet genoeg brood was. Van de kapitein kregen we drie zakjes biscuits. Op wacht heb ik een foto laten maken voor f 1,50 met mijn stengun. Vandaag zijn de 1e, 3e en 5e Batterij naar Amsterdam om doorgelicht te worden. De boot waarmee we naar Engeland zullen gaan is volgens de jongens al bekend n.l. de “Kota Baroeng”en vertrekt van de Jobshaven te Rotterdam, de 22e Mei.
Het is nu al 7 uur en de jongens van de 3e batterij zijn nog steeds niet terug uit Amsterdam en de eerste ploeg moet weer op wacht van 7-8 uur. Om 8 uur ging onze tweede ploeg aflossen maar het werd 9 uur, half tien en nog steeds was er niemand. Eindelijk om half elf werden wij afgelost door de jongens van de 3e batterij.
In tussentijd stond er bij de Hangar een kapotte wagen van Wolff, hij kreeg geen benzine. Han was er aan bezig. Bijna had ik nog ruzie met Wolff omdat ik eens wou kijken wat het was.
Het begint te regenen, maar de aflossing bleef nog weg. Het giet pijpenstelen en gelukkig had ik mijn regenjas aan. Toen ik terug kwam waren mijn mestings [kwijt]. Lepel, vork en mes, alles was weg.
Ik had een rotbui en na een flink gescholden te hebben, zakte het weer. Mijn mes, lepel en vork en 1 bakje heb ik weer terug.
Vrijdag 17 Mei
Vandaag is mijn vader jarig en het is de lang verwachte stemdag. We stonden om 5 uur op en vertrokken met een speciale Diesel naar Amsterdam. In Amsterdam marcheerden we door de stad en om ons heen de R.P., het duurde 3 kwartier voordat we bij het ziekenhuis waren.
De borstbreedte werd opgenomen en de mijne was 9. Een röntgenfoto genomen, het was zo gebeurd en toen gingen we naar de Cadi en bleven daar tot 4 uur. We zaten voor het raam en op een grasveld waren de meisjes aan het spelen en daar keken we vol aandacht naar.
De terugweg ging weer dwars door de stad.
Overal hingen de stemlijsten e.d. Steunt lijst 1 enz. enz. De katholieken winnen. Om 7 uur waren we weer terug in Arnhem.
De kans om hem te smeren was gering daar de R.P. (Rijkspolitie, RD) ons bewaakt of we gevangenen waren. Eerst dachten we de meisjes nog te zullen zien, maar dat viel tegen.
In het kamp was er een cabaretavond, maar ik was te moei om er naar toe te gaan.
Zaterdag 18 Mei
Vanmorgen ons geld ingeleverd, f 10 voor een Engelse Pond. Vanmiddag en verdere ochtend mijn goed wat uitgeflodderd.
Zondag 19 Mei
De Zondag verloopt ontzettend slecht, ik verveel mij dood en het eten laat veel te wensen over, we liggen de hele dag op bed te slapen of te lezen. Verderop zitten ze te kaarten en zwaar te gokken. We gaan nu Vrijdagmiddag weg. Jan moet morgen weer herkeurd worden in Amsterdam. Hij is vandaag naar Arnhem gegaan en wij meldden hem present en legden ’s avonds een pop in zijn bed, het werd ontdekt maar het liep nopgal los.
’s Nachts om 1 uur kwam Mijnheer thuis en maakte mij wakker. Hij had Lies gezien terwijl ze juist met zijn drieën met militairen stonden te praten. Lies ging toch met Jan mee. Annie wil nog wel schrijven vertelde ze, maar zou Jopie dan niet gek zijn?
Maandag 20 Mei
Jan kon om 3 uur weer op[staan] om naar Amsterdam te gaan. Vandaag heb ik bijna uitsluitend brieven geschreven naar Henny, Joris en thuis. Voor hun aantekenen. Terwijl er ’s avonds film was, ben ik naar bed gegaan.
Jan kwam vanavond totaal teleurgesteld thuis want hij is afgekeurd voor een plekje op zijn longen en [omdat] hij veels te veel heeft gerookt.
Dinsdag 21 Mei
Vanmorgen kreeg ik van de Haan het pakketje van Moeder. Er zat in de penhouder, die krijg ik van Moeder snoep, boeken en de foto’s die ik toen op de laatste dag van mijn inschepingverlof heb genomen. Jan kreeg een briefje van Lies en voor mij een briefje van Annie.
Moest weer aardappelen schillen en ik leer het al aardig. En natuurlijk ’s avonds weer op wacht. Görtz en Jan hadden de grootste pret, maar ik zei dat ik ze nog wel kreeg. In Rotterdam wordt er zwaar gestaakt volgens de berichten en Rotterdam moet in staat van beleg zijn. Als ik zoo op wacht sta, denk ik wel aan thuis en aan meisjes, als ik voor diensttijd een meisje had gehad, zou ik nooit zijn weggegaan. Het bevalt me best in dienst, maar af en toe kan ik zoo hunkeren naar een beetje liefde, naar een vrouwtje dat mij troost, waar ik samen mee kan uitgaan. Thuis had ik het goed maar soms voelde ik mij eenzaam. Ik wou niet aan een meisje beginnen omdat ik toch wist dat het trekken en reizen in mijn bloed zit, maar soms heb ik er spijt van.
We komen overal, Wezep, Zwolle, Breda, Arnhem, Amsterdam, Haarlem en door het hele land. Dit is echt en straks Engeland en Indië, andere gebruiken, gewoontes van andere volken leren kennen, dat wil ik wel want terug wil ik toch niet meer. Het leven in dienst is gezellig, jongens onder elkaar ed. Maar toch kan ik soms een jongen benijden die een meisje heeft die lief is en knap, want daar hunker ik naar, zo is het altijd iets.
Toen ik thuis was, hunkerde ik [naar] verre vreemde landen – nu nog wel, maar eenmaal terug en dan een eigen zaak met een lief knap vrouwtje, dat wordt toch de grootste wens.
Woensdag 22 Mei
Kwam om 7 uur van wacht af en na mij opgeknapt en gewassen te hebben, gingen we ons klaar maken voor de parade [ter gelegenheid van] de beëdiging van de Kornetten tot Officieren. De jongens van de 2e ploeg moeten 4 uur staan, van 9 tot 1 uur.
De beëdiging ging niet door, maar wel de aanstelling tot officier. We stonden in blok opgesteld. Schouwenburg maakte met mijn toestel foto’s van de plechtigheid. We liepen toen parade en ik kon toen weer van 1-3 uur op wacht en van 4-7 uur.
Daarna mijn boeltje zo goed en zo kwaad als het ging ingepakt. Het is een grote rommel op de kamers, iedereen is aan het pakken. Jan moet vanavond op wacht en ik leen Jan mijn stengun.
Donderdag 23 Mei
Wij moesten aantreden met geweer en marcheerden toen naar de vliegtuighangar, het is waarschijnlijk voor controle op de kamers. Er wordt door de jongens veel in de lucht geschoten met gevonden patronen, zo schoten ze bij ons een Dinsdag 3 houders leeg met 3X28 kogels op automatisch. En daarom dachten we dat we geweerinspectie kregen, later spande ik mijn sten en wilde trekken maar keek eerst nog in de loop en zag dat er een kogel inzat, die had Jan er in laten zitten, ik schrok want had ik getrokken dan had ik misschien iemand geschoten en dan door toedoen van een ander, en daar zou ik nooit overheen gekomen zijn.
’s Middags overhandigden wij de officieren elk een boek met een bloemstuk. Het boekwerk heette “Zo leven wij in Indië”.
De Kapitein sprak nog wat en zei dat hij wegens difterie nog niet meekon, maar pas over een paar maanden. We kregen elk een hand van hem en de wen om niet zeeziek te worden. Görtz nam er twee foto’s van. Om 8 uur stak ik de Cigaret op en moet dus aan Henny denken. Dit was tijdens het verzamelen.
Vanmiddag moesten we slapen of uitrusten, toen heb ik van Blom een Toneelkijkertje gerolen voor 2 pakjes Shag, 3 pakjes Woodbine en f 2,=. Om 7 uur kregen we een z.g. Lunchpakket, bestaande uit 1 brood, 2X Boter en worst met Honing.
De 3e en 4e Batterij vertrokken het eerst met 8 wagens van het A.A.T. naar Arnhem. Daarna ging de 5e en 6e.
Het afscheid nemen van de achterblijvende jongens valt niet mee, ook van Jan niet want ze zijn nu teleurgesteld. Eerst wou niemand mee, en wilden ze zich af laten keuren, maar nu op het punt van vertrek wil alles mee.
Daar zijn de wagens weer terug en de 1e en 2e Batterij kunnen nu instappen. De geestdrift onder de jongens is [groot]. We zijn bepakt en beladen met onze Volledige uitrusting. De trein staat klaar en daar komen de jongens uit Heervarenbeek (Hilvarenbeek? RD) binnenrijden. We horen Hoornsignalen van de jongens.
Even later wordt de trein gerangeerd en Heervarenbeek achter de trein gehaakt. Om 1 uur vertrokken we eindelijk uit Arnhem.
Vrijdag 24 Mei
Het is donker en wij zitten met 8 man in een coupé. Ik ben gaan slapen op de bank. Even voor Rotterdam werd ik wakker, het was toen reeds 3:30 uur. Ik keek uit het raampje en kon mij niet meer oriënteren, we zagen wel dat we niet op het Maasstation [waren]. Het bleek toen dat de trein ons rechtstreeks naar het schip toebracht aan de Loydkade. Aan de ene kant is het beter omdat we dan niet hoeven te sjouwen, maar aan de andere kant staan er op het Maasstation de familieleden van de jongens en waarschijnlijk van mij ook. We stapten uit en werden in de grote loods gebracht. Er stonden Cadi wagens en we kregen elk thee met koek. Toen we aan boord gingen, ontvingen we elk een pakje Camel met een bandje:
“ALS LAATSTE GROET UIT HET MOEDERLAND”.
Daarna gingen we de loopplank op en ik nam hier een foto van. We moesten, nadat we een mat aangewezen kregen, onze bagage hierop leggen.
In het ruim is het ontzettend benauwd. Om 6 uur kregen we eten aan boord. Dat ging zo. Op een rek voor de keuken lagen z.g. borden, koppen en bakjes. In het voorbijgaan pakte men zo’n bord en er werden broodsneden opgegooid, een stukje verder boter met belegging, je pakte een bakje en er werd soep in geschept en zo ook met koffie, dus alles ging aan de lopende band.
10 uur zou de boot vertrekken, maar om 12 uur was hij nog niet weg en schijnt [het] dat de motors zijn en hij niet eerder dan morgen kan vertrekken.
Om de haverklap liggen er bootjes langs de boot met familieleden en wij worden bekogeld met Cigaretten.
Het schip heet “Rota Agoeng”en ligt aan de Loydkade. Aan de overkant staat een groot gebouw, schuin links de Maastunnelgebouwen en vlak voor [is] de Javaloods.
‘s Middags was er nog een prettigen ontmoeting, n.l. met Edelkoord of Papiertouw, oftewel Frederik Fluweel uit Breda. Dat ventje dat zo lekker “Geef Acht” kon commanderen en straf uitdelen.
Hij zorgde nu weer voor een prettigen verrassing n.l. we moesten alles uitpakken en op de krib liggen. In het ruim liggen we met 50o man en met 5 man boven elkaar, dus het is hier hartstikke benauwd en zodoende is Papiertouw aardig vervloekt.
Je kan je dus hier heerlijk douchen, al is het dan met Maaswater. Het eten was prima. Aardappels, spinazie met soep, vlees. Het is heerlijk gekruid. ‘s Avonds speelden de jongens op Harmonica en Guitaar.
En toen gingen we naar bed. Nog niet in Engeland, het viel wel tegen. Maar ja, je moet maar nemen hoe het valt.
Zaterdag 25 Mei
Vanochtend werden we wakker en ontdekten dat we nog aan de kade lagen. Na het eten heb ik een brief geschreven naar huis. Het dek wordt schoongemaakt door Javaantjes, het zijn leuke lui en spreken Engels.
Er wordt order gegeven om op het dek aan te treden, want Major Edelkoord is plotseling gestorven door een hartverlamming (het gevolg van onze wensen?)
Hij moet nu met militaire eer van boord gehesen worden, en nu wordt voor hem, die zo dikwijls tegen ons “Presenteer geweer” gebruld had, door [onze] jongens voor het eerst met plezier het geweer gepresenteerd.
En daar gaat Edelkoord onder de Hollandse driekleur, van boord gehesen door de kraan.
Adieu.
Vanmiddag zijn we op de kade gaan exerceren en kregen we twee pakjes Rhodesia.
De schuit is nog steeds stuk, want er schijnt zand in de olie te zitten en dat moest nu allemaal worden afgetapt.
‘s Avonds mochten we het schip af tot aan het hek, ik heb toen mijn huis opgebeld en zij zullen morgenochtend om 11 uur bij mij komen. Oom Koos is er een Tante Maartje.
De stemming bij de jongens is weer goed nu we weer van boord mogen.
Zondag 26 Mei
Vandaag heb ik Corvédienst, bestaande uit de eetzaal schoonmaken. 10 uur was het sloepen(rol?). Het duurde zo lang nl. tot 11 uur, we moesten aantreden met onze zwemvesten bij de sloep. toen dit was afgelopen, ging ik van boord en ja, daar stonden ze voor het hek.
Pa, moe, Henny, Joor, Oom Koos, tante Maartje, Juffrouw Goppel en Mijnheer de Ruyter. We moesten achter het hek blijven, precies of wij [van een] gevangenenkamp zijn.
Henny vroeg of ik mocht komen van 2-5 uur daar zij dan receptie had. Ik kreeg echter geen kans. Ze hadden advocaat, limonade en een stoot snoep meegegeven.
Na het middageten mochten de mensen op de kade en in een cantine.
‘s Avonds kwamen Nel en Kees, Cor, Sjane en Moeder.
Ik maakte kennis met mijn tante en Oom die hier aan boord was als Chef Kok.
Er werd gedanst en de jongens van de 7e Batterij zorgden voor de muziek, ik danste met Nel en deed net of Nel mijn wijfje was.
Maandag 27 Mei
Nog steeds liggen we aan de kade. [We] gaan met de batterij het H.M.S. Oranje bezichtigen. Een stuurman leidt ons door de zalen en op het dek. In de stuurhut liet hij ons de instrumenten zien. Met het stuurwiel kan hij in de machinekamer alles Telegrafisch besturen, de motoren zetten op vol, halve en geen kracht zodat hier een minimum van mensen nodig zijn. Er hangen aan de wand borden met nummers e.d. van de hutten en daar boven twee pijpen. Eén pijp gaat in het plattegrond kastje en de ander loopt in de stuurhut. Als er nu brand uitbreekt in de hutten wordt de lucht niet uit die hut opgezogen [maar] door die pijp de stuurhut ingeperst en ruikt de stuurman dus een brandlucht. Nu wordt door het andere pijpje de rooklucht ook in het kastje geperst en komt [de lucht] achter het nummer van de hut waar er brand is uitgebroken, door de blauwe kleur kan de stuurman dit zien en is dus in de kortst mogelijke tijd de brandwacht gewaarschuwd, deze rukt uit met gasmaskers, asbestpakken en verder blusgereedschap, op alles is gerekend.
Dit is dito met de ruimen.
Ook hangt er een kastje waarin de richting van het schip wordt aangegeven, zodoende ziet men nu een rechte streep en zigzag strepen (dit is [hier] het gebied [dat] bij het binnenvaren door de loods [werd] aangegeven).
Het uitzicht vanuit de stuurhut is fantastisch, je kijkt over alles heen en ver weg. Daarna bekeken we de reddingsboten, met de Davids. De boten kunnen 99 man bevatten. Het 1e Klas sportdek met zwembasin. De 1e Klas hutten met bureau en bedden. Eetsalons met beeldhouwwerk. De Rooksalon, die ingericht kan worden als danszaal.
De vloer is, nadat het tapijt is weggenomen, van geel koperen blokken die gepoetst zijn [en] prachtig glimmen. terwijl er dan van boven af verschillende lichtkleuren op worden gegoten, zodat dit een schitterend effect geeft. Verder is op de tafeltjes, op ieder stuks, een Griekse God ingesneden en ingelegd zodat het wel parelmoer leek. Als je door de gangen loopt, kun je je niet indenken dat je op een schip bent maar waan je [je] in een groot hotel of een luxe uitgevoerde bioscoop.
De bar waar de heerlijkste dranken worden geschonken voor de mensen met Poen, is uitgevoerd in een luxe Beeldhouwwerk, de havens ed. kunstig uitgesneden en zo zijn er nog veel meer – teveel om op te noemen.
Bijzonderheden van de “Oranje” zijn:

  • Het vaart en vaarde in de oorlog als Rode Kruis schip en zodoende heeft het niet zoveel schade geleden als bv. de “Nieuw Amsterdam
  • Het schip heeft een gemiddelde snelheid van 22 mijl of knopen per uur en kan de 27 halen.
  • Verder heeft hij 3 Dieselmotoren van 12 cilinders elk, terwijl elke cilinder een vermogen heeft van 1000 P.K. Elk motor heeft dus een vermogen van 12X1000 = 12000 P.K. Dus met een totaal vermogen van 3X12000 P.K. stuwen zij het schip voort, 1 motor aan bakboord, 1 motor in ‘t midden en de andere aan stuurboord. Zij drijven elk één schroef aan.

De keukens lijken wel grote Bakkerijen en slagerijen. Dit is in het kort de indruk die ik van het schip kreeg: “Fantastisch.”
Op dit schip naar Indië! In de danszaal kan in de tropen zelfs die koeling bereikt worden dat het er (zelfs) koud is.
Het is met de “Nieuw Amsterdam” het grootste en modernste schip.
Vanmiddag zijn we gaan marsen, de Maastunnel door, Tuindorp en zo weer terug. De 7e batterij ging voor met twee trompetten doch de pas die de jongens daar hadden was hopeloos, zodat we telkens uit de pas waren. Het was geen succes die mars, alleen met onze Batterij ging het goed.
‘s Avonds kwamen Kees en Nel nog en bekeken we het schip en de Oranje. Om 8:30 gingen we naar de Cantine en daar zat Moeder en mevr. en mijnh. Spronsen, mevr. Nieuwland en later Henny en Joor ook. Zij waren hier allang en hadden door de luidspreker mijn naam om laten roepen. Dat de Spronsens en juffr. Nieuwland meekwamen vond ik reuze leuk.
Morgen vertrekken we, dus is dit de laatste avond. En na afscheid te hebben genomen om 9:30 ging ik weer aan boord.

Dinsdag 28 Mei
Eindelijk hadden ze het schijnbaar ingezien dat we in ruim 2 toch te benauwd lagen en moesten we verhuizen naar het achterdek, hier liggen we veel beter.
Het lijkt wel of we vandaag weggaan want de motors zijn in orde en de vertrekvlag wordt gehesen.
Joris zou bij het gebouw de “Hoop” kijken, maar ik kan hem niet ontdekken. Weer wordt het middag. We kregen nogmaals sloepenrol en het wordt avond. De jongens worden onrustig en willen van boord, het mag echter niet. Er worden harde woorden gezegd. Daarna werd er oor de C.O.D. gezegd (door de luidspreker) dat we om 10 uur zouden vertrekken. Het lijkt er nu wel op want om half elf kwamen de slepers. De Fita, Siberië en nog één. We moesten aantreden en in plaats van de mededeling dat we zouden vertrekken, vertelde de Luitenant dat het weer eens niet doorging maar dat we wegens het getij pas om 3 uur konden vertrekken en daar we dan zouden slapen moesten we nu het Wilhelmus spelen.
Een grammofoon speelde het en na afloop gingen we dus voor het laatste nachtje slapen aan boord.
Er was toen nog net een verrassing voor ons, want op het laatste ogenblik kwam Kamerling aan boord, daar hij nog was goedgekeurd, dus het is toch nog ergens goed voor geweest dat we wat langer zijn blijven liggen.
Woensdag 29 Mei
Het is nu 5 uur en er wordt geroepen dat we vertrekken, we springen vlug uit bed en na mij gewassen te hebben, bemerken we dat we al varen en “Loyd”” en het gebouw van de “Hoop” liggen al ver achter ons. Eindelijk is de reis aangevangen. Hoe dikwijls zal ik nog terug verlangen naar dat zelfde Holland, wat we nu zo vol van levensmoed verlaten.
Even buiten Schiedam lag de “Nieuw Amsterdam” in het dok om weer tot passagiersschip te worden omgebouwd. Verder liggen er nog onderzeeboten, torpedobootjagers en op stapel staat een kruiser waaraan 6 jaar geleden door de Nederlanders is begonnen en sinds Mei ’40 niet meer is gewerkt.
Ongeveer bij hoek van Holland gooide ik een limonadeflesje over boord met een briefje:
VAARWEL NEDERLAND, TOT WEERZIENS.
Dus een laatste groet aan Nederland.
Al is het maar voor 2 of 3 jaar dat we weggaan, we weten niet of we nog ooit terugkeren, want het is geen kinderspel.
Toen ik ging eten, voer de boot juist de Hoek uit, volle zee in, en hoorde ik het Wilhelmus spelen op het dek. [Zodat] toen we klaar waren en op het dek kwamen, we in Volle zee voeren. De Noordzee.
Er passeeren verschillende zeeschepen die in de richting Amsterdam varen. We varen schijnbaar in een kring want we zien Hoek van Holland weer liggen, vermoedelijk in verband met de loods die van boord moet.
Het begint een beetje te regenen.
Van de kijker heb ik wel gemak. Hij trekt goed bij, hoewel het maar een toneelkijkertje is.
Het leven hier aan boord is goed, het eten is uitstekend, we zijn nu aan dek, ik lig te schrijven met de kijker naast mij. De jongens staan op dek en zitten op de reling. De bruintjes lopen heen en weer en schrobben het dek.
Er is veel vaart op dit stukje zee. Grote zeeschepen varen voorbij.
Om 10 muur was er slopenrol en moesten we bij de vlotten aantreden met onze zwemvesten aan.
Daar komt een mijnenveger ons achterop met grote vaart [inhalen]. De Jantjes wuiven naar ons en keeren weer terug. De snelheid van die bootjes is fantastisch en [ze] zijn snel wendbaar. Het wordt stil o zee, alleen water, lucht is er te zien. Ginds liggen er boeien in zee, vermoedelijk Belgisch territorium.
Om 1 uur was het eten en heb [daarna] de hele middag op dek liggen slapen.
Nu, het begint avond te worden en [we] zijn ongeveer ter hoogte van de Franse kust. [Hier] wordt het scheepsverkeer weer drukker, vooral [door] Franse of Belgische vissersschepen. Als nu een schip voorbij komt, is het een afwisseling en als een bijzonder iets bekeken.
Vanavond is er touwtrekken op het dek tussen verschillende batterijen. De 7e Batterij won het tenslotte.
Plotseling komt er een mist opzetten en de boot begint te fluiten. Je ziet geen hand meer voor de ogen. Wij gingen naar bed en de stuurman kwam ons waarschuwen voor het geval van ramp, wat in dit geval niet uitgesloten is. De boot vaart niet meer maar ligt volkomen stil en elk ogenblik luidt de bel.
Donderdag 30 Mei
Vannacht schijnen er op 500 meter van ons vandaan twee boten op elkaar gevaren te zijn, volgens de stuurman. Eén moet er gezonken zijn. De mist begint weer op te trekken. Aan de horizon is de Engelse kust te zien. Het Nauw van Calais zijn we al gepasseerd en [we] zijn voorbij Dover. Om tien uur was er een Godsdienstoefening in het ruim, door Kapitein van Driel. ER is nu weer uitsluitend zee met passerende schepen te zien. Aan de Horizon liggen n.l. 5 Engelse mijnenvegers en even later zagen we een ontploffende mijn of iets dergelijks.
Het weer is prachtig, de Britsch-Indiërs ruilen hier Nederlands-Indisch geld in voor Hollands zilvergeld.
De Indiërs maken het touwwerk aan het achterdek in orde, vermoedelijk om dadelijk te kunnen lossen.
De deining van het schip wordt heviger zodat er nu al heel wat zeeziek zijn. Het is nu 3 uur in de middag en aan bakboord is het eiland Wight vaag te zien, het wordt duidelijker en we zien de krijtrotsen en een stadje. In de verte liggen 2 slagschepen en een Vliegtuig moederschip. Tussen ons schip en het eiland Wight ligt een soort vuurtoren. Aan de anderen kant is nu ook de Engelse kust te zien en we kunnen elk ogenblik de Engelse haven binnenvaren.
We moeten naar ons ruim om onze spullen in te pakken en vertrekklaar te maken.
Nu varen we vlak onder de Engelse kust. Het ligt hier bezaaid met oorlogsschepen en andere schepen. O.a. een Vliegtuig moederschip en echt slagschip “Nelson,” welke ik beide heb gefotografeerd. De kust van Wight is schitterend om te zien. Rotsen, bergen, bossen en steden. Daar ligt een kasteel te midden van grasveld en omringd door bosch. Op de achtergrond de blauwe bergen en iets verder een fabrieksstad. Dit steekt alles zo prachtig af, dat je geen ogen genoeg hebt om dat te bekijken. Het lijkt een sprookje uit de middeleeuwen. Zoiets als de Roofridders, die in de middeleeuwen het zeeverkeer lastig maakten.
Vliegbootbasissen en landingsboten liggen hier bij de vleet.
De haven komt in zicht. Grote zeeschepen met 3, 4 en nog meer pijpen, vermoedelijk is één van deze schepen de “Queen Maria.”
Om 7 uur lagen we in de haven van Southampton. Hoewel dit [voor] de Engelsen maar een bijhaven is, geloof ik dat die groter is dan één van ons, [zelfs] Rotterdam.
Het begint te regenen en het duurde nog wel een uur voordat we van boord waren omdat eerst de lading gelost moest worden. Daarna gingen we van boord, het was intussen 8 uur geworden. De trein stond vlak achter de grote loods. We moesten met 6 man in een coupé. Het is een lange groene trein en de banken zijn met goed bekleed.
De snelheid van de treinen is grooter of even groot als bij ons de Diesels. We komen langs Vliegvelden en Vliegtuigfabrieken, waar de grote Vliegende Forten, Lancasters en jagers op het veld als het ware staan te verrotten omdat er nu veels te veel zijn, en [dus] voor de sloop bestemd. We reden door lange tunnels, waar het hier van wemelt en stopten na ongeveer 3 uur in Farnborough. Onze bagage werd in vrachtauto’s geladen en wij marcheerden naar het kamp. Na een 3/4 uur kwamen we in het kamp en kregen hier eten, pap met aardappels. De bedden zijn inschuifbaar en er lagen 2 dekens bij, die echter zo vies zijn, dat ik er eerst niet onder dorst te liggen.
Vrijdag 31 Mei
Vanmorgen 7 uur opstaan, eten en zijn toen de stad even ingegaan. Alles is er te krijgen, alleen is naar verhouding tot de lonen alles zo duur dat je het toch niet kopen kan. Kousen, zeep e.d. artikelen zijn toch ook op coupons, hoewel je hier meer verstrekt krijgt. ‘s Middags moesten we de wapens inleveren en [kregen we] theorie.
Het eten ging wel, aardappels met vis en daarna met Joop Görtz het stadje in en zijn toen een klein Cafeetje ingeschoten. ‘s Avonds hoorden we dat het een Hoerententje was, hetgeen we wel konden merken.
Zaterdag 1 Juni
We werden gewekt om half zeven. 7 uur was het eten, maar twee sneeën brood met pap. Ik verga van de juk en vermoed Scabiës. Vermoedelijk door de vieze dekens. Ben toen naar de dokter geweest en die zei dat het niets was. Verder hebben we aardappels geschild en ‘s middags bij de Canadezen toffees gekocht.
Na het eten met Görtz wezen dansen in Aldershot. Wat de Lady’s betreft, valt dit me zwaar tegen. Opgepoetst en gesminkt. Het dansen ook, alles zo geheel anders dan in Holland, Swingen en wild dansen is hier mode. De band is prachtig en daar zouden ze in Holland heel wat voor geven.
Om 12 uur kwamen we thuis. De eerste indruk van Engeland vond ik niet in zijn voordeel.
Zondag 2 Juni
Het eten is vandaag hopeloos geweest, vanochtend 2 sneetjes en vanmiddag 3 aardappeltjes. Vanavond dito, ook twee boterhammen met 1 worstje. Een hele overgang vergeleken met de “Kota Agoeng.”
Ik heb bijna de hele dag zitten schrijven. Daar Görtz kamerwacht was, ben ik met een jongen naar Aldershot gegaan. In een Speelzaal liet hij zich tatoeëren, een “Christus aan een kruis” voor 1 pond. De speelzaal hier is zo goed voor iemand die geen raad met zijn geld weet. Om 1 doosje cigaretten te winnen, verspelen ze soms wel 4 shilling.
In de buurt hier is een gereedschapszaak met een prachtig gereedschap. Steeksleutels, micrometers en lasapparaten om van te watertanden.
Maandag 3 Juni
Het eten vanmorgen was iets beter, 3 sneeën brood met zalm en pap. Van 8:30 tot 10 exercitie op de appèlplaats en daarna inspectie bij de tandarts met tandenborstel. Mijn gebit was in orde. Vandaar naar de kleermaker, [om] Tropenkleren aan te meten. Met één oogopslag zag hij de maten, zo met mij ook. De maat was 9-7-3, wat het betekent weet ik niet. Ik ben kamerwacht en heb de kamer aangeveegd. 12:15 gaan eten, 3 uur brood met Porky. Er schijnt hier in de buurt een vliegveld te wezen, want geregeld vliegen er hier laag vliegtuigen over en ziet men ze in de verte landen en opstijgen. ‘s Middags weer de kamer geveegd en na het eten de kamerwacht overgegeven en met Görtz naar het Empiretheater in Aldershot, waar een Cowboy film draaide in kleuren, met een [andere] film over krijgsgevangenen in Tokio.
Dinsdag 4 Juni
Vanmorgen hadden we een uurtje exercitie en heb daarna bij de canadezen Chocolade gekocht, melkchocolade voor 6 d (penny, RD). ‘s Middags zijn we naar het Vliegveld geweest in Farnborough. Het is een genot om naar die vliegtuigen te kijken. Er vloog een Autogiro over ons heen en landde tussen een stel jongens. Loodrecht dalend en stijgend, deze toestellen hebben een groot aandeel gehad in de strijd tegen het duikbootgevaar. Ook daalde er een vier motorige Halifax en enige Musquitos.
Ik heb een paar kousen gekocht voor Henny en in een cigaretten doosje verstuurd met 105 cigaretten. Ik ben nu zo goed als door mijn geld heen, met van Emden een partijtje gefist (een spel met fiches? RD) en moest het onderspit delven.
Woensdag 5 Juni
Na het appél van 9 uur kregen we een uur exercitie. Gymnastiek en hardlopen. Theorie Krijgstucht door Lt. Lagenwey. Van Prooien kwam met het punt naar voren, van de grote verantwoording die de legerleiding op zich neemt, om ons naar Indië te sturen.
Vanmiddag kregen we toen naar aanleiding van bovenstaande theorie “straatgevechten” door Lt. van Wamelen.
Hij gaf toe dat het ernst werd in Indië. De extremisten daar moorden maar raak, duizenden vrouwen en kinderen smachten nog in de kampen. Het is gebeurd dat een meisje van 23 jaar gekruisigd werd, de borsten afgesneden en daarna met dolksteken vermoord, ook dat er 800 vrouwen na eerst verkracht te zijn, vermoord werden.
Dit zijn feiten, en ook dat een groot gedeelte der infanterie wegens gebrek aan artillerie uitgeroeid is, en daarom moeten wij er met de grootst mogelijke spoed naartoe.
God geve me kracht, maar het moet want het is onze plicht.
Vanavond ben ik op de kamers gebleven, mijn anklets en koppelriem geblanco’d (poetsen met water en groen krijt, RD). Nog heb ik geen post van thuis, terwijl ik toch al 5 brieven en een pakje heb weggestuurd.
Donderdag 6 Juni
Vanmorgen hebben we een flinke mars gemaakt [rond]om Farnborough, +/- 17 kilometer. De eerste 9 1/2 km deden we in 1 uur en 10 minuten.
Na de middag om 2 uur werden we ingeënt tegen Tetanus en kregen we vrij om inkopen te doen. ‘k Ben toen naar Aldershot geweest en [heb er] Postkaarten gekocht. ‘s Avonds heb ik zitten lezen op de kamer want ik heb geen monny meer.
Vrijdag 7 Juni
Vandaag Theorie granaten. Handgranaten, no. 77 Rookgranaten, no. 67 Luchtdruk- en no. 62 Springstofgranaten. Vanmiddag is er een foto gemaak van de 2e Batterij op de Appèlplaats. Na het appèl kregen we van Lt. Lagenweg les in de infanterie. De kattengang, tijgergang en dergelijke sluipgangen, ook afstandschatten en camoufleren moesten we beoefenen.
Eindelijk een brief van thuis van moeder, alles is nog O.K.
‘s Avonds weer naar de bioscoop geweest en kreeg ook nog een kaart van Jan de Jong uit Oldenbroek.
Zaterdag 8 Juni
We zijn vrij van dienst en ben met Bont naar de Mindora barracks bij Aldershot gegaan om Bep Rempers op te zoeken. Na lang zoeken en vragen vonden we eindelijk zijn barrack F.
Bep was er niet want hij was naar Londen toe, wij hebben toen met de jongens daar gepraat en ook daar gegeten.
De dienst is daar geheel anders. Alles op zijn Engels en [ze] zien er ook veel beter onderhouden uit. Zij hebben 2pakken en alles is er groen geblanco’d.
Het giet er als een bezetene en toen we terug waren, was ik strontnat. Ik ontving een brief van Jan de Jong en van juffr. Goppel en een brief van thuis. Heb zelf een brief geschreven naar Jan. Görtz is dansen maar ik ben naar bed gegaan.
1e Pinksterdag Zondag 9 Juni
Vanochtend heb ik mijn goed uitgewassen en met grote moeite mijn sok zitten stoppen, waar ik mijn hele 1e Pinksterdagmorgen aan besteed heb. Görtz is met de jongens weg naar de Bioscoop en toen ben ik met Doffelhof naar [de] Bioscoop gegaan.
Na afloop zijn we de stad ingegaan en twee Engelse meisjes achterna gelopen, toen zijn we in de buitenwijken verdwaald geraakt zodat we 2 uur hebben lopen dwalen, overal gevraagd en tenslotte waren we strontnat thuis om 11:45 uur.
2e Pinksterdag Maandag 10 Juni
Ik ben vandaag, overdag, thuis gebleven, gevochten en een boek gelezen. Een prachtig boek. “De Halfbroeder.” Het eten vanmiddag was goed vet en we hadden nu ruim voldoende.
Vanavond naar de Bioscoop geweest, waar de film “Tarzan, the sun of the Jungle.” Het was reuze druk en we stonden een tijd in de rij, het leek krek op Holland. Maar het was de moeite wel waard, want hoewel de inhoud geen waarde had, waren de Natuuropnamen en het spel van de Acteurs schitterend. Machtig komt het oerwoud uit in sommige spannende ogenblikken.
Dinsdag 11 Juni
Het eten bestond slechts uit een beetje pap, want er schijnt gisteren teveel eten weggegooid te zijn, maar de heren [krijgen] hun zin en geven ons nu maar bijna niks of niks te eten. Om 9 uur kregen we exercitie, het vlotte niet, want niemand had er zin in. Om de beurt moesten we commanderen maar het werd één hopeloze bende. Daarna hadden we Theorie over de Artillerie opstelling en kaartlezen.
Vanmiddag slechts 2 boterham sneetjes met visch en heb het toen maar 2X gehaald.
‘s Middags weer exercitie en theorie kaartlezen. Om 5 uur eten maar het was zo verrot weinig dat de jongens kankerend met het eten naar de Officier van Picket zijn gegaan. We hadden slechts 3 aardappelen, een pietsie kroten, 2 kruimeltjes vleesch en een druppel vet of water. Eén hapje en weg was het.
Weer wou ik proberen om voor de 2e X te halen, maar alles was op en ze hadden zelfs geen eten meer voor de 8e Batterij.
Uit honger ben ik toen in de Cantine broodjes gaan eten, zodat ik genoeg had. Maar geen geld meer. Er zijn nieuwe zegels uitgegeven ter gelegenheid van de Victory day.
‘s Avonds heb ik mij gewassen en heerlijk schoon goed aangetrokken.
Woensdag 12 Juni
Na het appel gingen we samen met de 1e Batterij en 2e Batterij naar de Gibraltar Barracks om kaart [te] lezen en film te krijgen (kijken? RD). Er was echter geen stroom, dus dat ging niet door. Voor Chauffeurs en Chauffeurmonteurs zijn er theorielokalen, die klinken als een klok. Hele auto`s staan er, gedeeltelijk gedemonteerd. Daarna naar de stormbaan, en krijgen [er] oefeningen met 4 man, over 2 muurtjes 2 m 10 hoog, door bosjes met prikkeldraad, over touwladders en overstappen over een balk op een andere, over gaan en over een staalladder en dan langs een boom je laten zakken en zo verdere hindernissen. Ook over een staaldraad over een vloot. Ik voel dat ik nog ontzettend stijf ben.
Vanmiddag weer 2 sneetjes brood.
We moesten Corveeën en ons melden bij een Engelse Kapitein, deze was echter nergens te vinden. Toen zijn we naar de kamers gegaan en daar [zijn we] gebleven.
Er vliegt hier een Reactiemotor of de Glan Meteor rond. Het ding heeft een grote snelheid en is een eenmotorig [type], verder is het type de zelfde als die toendertijd op Ypenburg.
s Avonds in de Cantine cake gegeten.
Kreeg een brief van Joop van de Werk en direct een brief teruggeschreven.
Donderdag 13 Juni
Exercitie en tropenuniformen gehaald, het zijn leuke broekjes en staan mij wel, kreeg een nieuwe Engelse bovenbroek, Zomerondergoed, Zakmes, gymnastiekschoenen. ‘s Middags theorie v.d. Dokter over de vrouwen en de Venerische ziektes in Indië, die door deze vrouwen veroorzaakt worden, dus uitkijken is de boodschap.
Verder Theorie Japanse mijnen en boobytraps.
Vanavond naar Bep Kempers en hij is toen met mij naar de Ramillies Barrack gelopen. Tegelijk kwam Kaptein Warner in onze Barrack, daar hij nu weer terug was met twee jongens.
Vrijdag 14 Juni
Na een uurtje exercitie tot 10 uur ging de 2e Batterij naar de Gibraltar Barracks, twee sergeants van de Engelse infanterie deden oefeningen voor ons.
1e met het geweer, het sluipen en dekking zoeken
2e De sten, in verschillende schietstanden
3e De Brengun
4e De PIAT, als Anti-tank geschut en ook als mortier
5e Het mortier, om troepen in de loopgraven te bestrijden
6e En tenslotte deden zij ons voor , het gooien met handgranaten.
En Luitenant vertaalde daarbij voor de Microfoon, de opmerkingen die de Engelsen daarover gaven.
Vanmiddag moesten wij onze overjassen inleveren en kregen we 3 paar nieuwe sokken.
Ons Zakgeld was van deze week 30 shilling. We ontvingen weer een sten met 15 houders en waren toen vrij. Met Görtz ben ik toen naar den kapper geweest. Mijn haar laten wassen, dit gaat hier allemaal manjafiek en modern, ik was met knippen en wassen 3 shilling kwijt. En in Aldershot schrijfbehoeften gekocht voor 5 shilling.
‘s Avonds mijn sten schoongemaakt.
Zaterdag 15 Juni
Ik heb in het Postkantoortje Postzegels gekocht van de Victory day, de 2 1/2 D en 3 D (Pennies, RD) en de zegels met Koning George, de 6 D, 7 D, 8 D, 9 D, 10 D en 2/6 D. De 2/6 heb ik op een pakje met cigaretten geplakt en per Luchtpost verzonden.
We kregen nog even theorie over Indië. Van Lt. van Wamelen.
Aan het Linkse verkeer hier ga ik nu al wat wennen en het vreemde gezicht, die twee verdiepingsautobussen, is nu niet vreemd meer. Je zit er boven wat jofel, alleen zwiept het wat heen en weer. Langs het kamp loopt een verkeersweg van Aldershot naar Londen en er is veel verkeer, het meest van militaire wagens.
Vanavond met Görtz naar het Empire theater in Aldershot geweest, waar de film “The Kaptive heart” speelde. Een Amerikaanse film over een Duits Krijgsgevangenkamp. Het treffendste van de film vond ik: De blinde soldaat die eerst vol geestdrift van zijn moeder en meisje weggaat en dan in het concentratiekamp (hem) medegedeeld wordt dat hij altijd blind blijft. Dan zie je eerst de wilde opstand, droefheid en woede, en later de kalme berusting. Wanneer deze gevangenen worden vrijgelaten en iedereen huiswaarts keert, gaat ook hij naar huis en komt dan weer in het huisje dat hij toen in volle gezondheid verliet en [waar hij] thans tastend zijn weg moet vinden.
Na de bioscoop gingen we ons afmelden in de Barrack en zijn toen weer in het Victory Cafe potato gaan eten en waren met ons tweeën L 4,= kwijt.
Zondag 16 Juni
Er is bij ons de mobilisatie afgekondigd in verband met ons vertrek naar Indië, dat wil zeggen, dat wij niet wegmogen vandaag. We zijn naar een kerkje geweest, het lijkt een Katholiek kapelletje, want er staan altaren en kruizen. Het is een prachtig gebouwtje. Wij ontvingen het Woord van een Veldprediker (Luitenant).
Na den dienst ontvingen we onze gehele nieuwe uitrusting zoals de Broodzak, Big zak en patroontassen met riemen ed. Op mijn tropenjasje heb ik andere knopen opgezet en het Leeuwtje opgenaaid en mijn tassen en riemen kopergepoetst.
Het eten is de laatste dagen wel beter geworden en we kunnen het er nu best mee doen.
Vanavond weer in de rij gestaan voor Schala, en hadden toen kaartjes van L 1,=, er draaide een film, Four Girls in een Camp, en een Detective film. De 1e was een Oorlogsfilm.
Görtz is een beetje moedeloos omtrent ons aanstaande vertrek, want hij betwijfelt of hij nog terug zal komen, voor zijn meisje, dat hij bovenal liefheeft. We hebben hem zoveel mogelijk getroost en ik beloofde hem als hij afgekeurd wilde worden ik hem 100% zou helpen, hoewel ik het zelf rot zou vinden als hij achterbleef.
Maandag 17 Juni
Görtz blijft op bed liggen en is ziek. Heimwee???
Hij moet niet eten en ik krijg zijn eten. Onze Batterij heeft vandaag Corvé-dienst en met ons drieën hebben we de kamer aangedweild met Lysol. Ik kreeg een brief van Henny en ze schreef dat ze het pakketje met kousen had ontvangen.
Vanmiddag aardappels schillen en naar de dokter geweest voor Görtz. ‘s Avonds ben ik op de kamer gebleven bij Görtz en hij wordt vermoedelijk afgekeurd. Ben cigaretten wezen halen en later toen ik weer bij Görtz zat, kwam Kaptein Warner voor Görtz en begon met hem te praten, hij zei dat Görtz er uit moest en hij wou geld geven om naar de bioscoop te gaan, maar Jopie bleef liggen.
Dinsdag 18 Juni
Vanmorgen moesten we de gehele uitrusting aantrekken en zijn toen een klein marsje door Aldershot gaan maken.
Tussen de middag ben ik weer naar de dokter gegaan en vertelde hem het een en ander. De dokter zei, dat hij hem zou afkeuren want aan die mensen hadden ze niets, daar je kapot kan gaan aan heimee. Ik was blij voor Görtz, omdat we (het) nu bereikt hadden wat we wilden. Toen ik het hem vertelde was hij ook reuzeblij nu hij weer gauw naar zijn wijfje kon.
Ik ging naar mijn eigen bed een brief schrijven, toen een kwartier [later] Joop mij riep. Hij zat rechtop en zeide: “Joop, ik ga toch mee, want ik laat jou niet in de steek. Samen terug of samen kapot.”
OK. Joop.
Hij ging zich wassen en ik haalde wat cakes voor hem want hij had nog steeds niet gegeten.
Vanmiddag werden we gesneden tegen de pokken. Daarna weer naar de Dokter en het één en ander gevraagd. Ook of dit misschien nog terug kon komen. Dokter zei toen dat dat niet gezegd is, daar Heimwee een soort strijden is met jezelf en als het eenmaal overwonnen is, komt het meestal niet meer terug. Hij gaf mij nog een complimentje.
Merci Dokter.
Samen met Joop ben ik toen het dorp nog ingeweest en een boekje foto’s van Farnborough gekocht. Na het avondeten met Joop naar het Empire theater. We gingen als echte gentlemans op een plaats van 3/6 D zitten. Op het Balcon.
De filmen loonden de moeite werkelijk. The White Blondine was een klucht film waarin je aan één stuk door moet lachen om de malle fratsen die er in voorkomen. De 2e film was een film over de Engelsen in Brits-Indië en een Bandietenploeg. Het leken Arabieren, maar dan moet het zich afgespeeld hebben in Arabië, wat ook kan. Want je kunt de film begrijpen, maar niet alles verstaan.
Ik kreeg 3 brieven, 1 van Henny en 1 van Moeder en 1 van juffrouw Nieuwland.
In de bioscoop draaide ook de film van de V. dag in kleuren. Fantastisch, alle landen en Dominions namen aan de optocht deel. Ook de A.T.S. en andere vrouwencorpsen liepen mee. De Engelsen in de Bioscoop waren enthousiast en klapten geregeld, vooral toen Churchill en Montgomery op het doek verschenen.
Woensdag 19 Juni
Vanmorgen van 9 tot 10 weer Exercitie en daarna onze spullen inpakken. Het is vandaag Hennys trouwdag, hiernaar heb ik al 5 jaar lang verlangd om dit feest mee te maken en nu het zover is, ben ik er niet bij, maar ja, ik weet nu waarvoor ik ga.
Vanavond weer met Joop naar de Bioscoop, ik kan niet zeggen dat we in Engeland niet naar de film geweest zijn. Op de film kwam nog een stel voor dat trouwde en moest toen denken aan Henny, hoe zou zij het nu maken, zouden ze nu feesten? Ik zou er heel wat voor over hebben om even, heel eventjes maar, om een hoekje te kijken. De 2e film was een vliegfilm van de R.A.F. over de slag bij Duinkerken.
Na de film heb ik nog twee brieven geschreven naar huis.
Donderdag 20 Juni
Vanmorgen stonden we om 5 uur op en leverden onze dekens in. Als wij weg zijn, komen er hier V.H.K. wijfjes (Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps, RD), jammer dat die er niet eerder waren. Na gegeten te hebben, traden we aan op de Appèlplaats, bepakt en beladen, gelukkig zijn de Kit Bags al vooruit. Na het appél marcheerden we naar het station Farnborough, een goed half uurtje lopen.
Op het station kregen we onze Kit Bags weer terug en gingen we met 4 man in een Coupé.
De trein bracht ons rechtstreeks naar Southampton, vlak voor de “Volendam.”

De Volendam.

Het inschepen om 8 uur ging prachtig geregeld, we kregen ieder een kaartje met C6 en een Cantine kaart. Het kaartje C6 betekende de indeling van onze Batterij in ruim C6. Het is een eetzaal en moet gelijk een slaapzaal worden. Een uur later kregen we een hangmat met twee dekens en een zwemvest. Het adres in Port Said is bekend gemaakt en ik heb dit gauw naar huis geschreven.
Om 4:45 uur voeren we de Baai uit. Daar lag het grote schip de Queen Elizabeth voor de kade. Wat een prachtig schip, het is een twee pijper en lijkt veel op de Nieuw Amsterdam, alleen is hij veel groter.
We varen nu in open zee en voor 8 uur lag ik al op bed, tenminste in mijn hangmat. Je slaapt er wel lekker in, er zijn er twee uitgevallen.
Vrijdag 21 Juni
We varen nog steeds in volle zee. Er zijn reeds veel jongens zeeziek en op het ogenblik zit ik op het dek naast Joop, die (er) ook een beetje zeeziekte te pakken heeft. Er is land te zien aan bakboord. Het blijkt de Noordelijkste punt van Frankrijk te zijn, Cherbourg. Je ziet in de verte het strand en er ligt nog heel wat oud roest op. Alles is nu rustig en begrijp je niet dat hier 3 jaar geleden zo’n zware slag heeft gewoed. Dit is omstreeks 10 uur in de morgen. Verder is er de hele dag niets anders te zien als zee.
Ik zit hier heerlijk op het dek in de zon te schrijven en naar de zee te kijken. De zee is prachtig kalm, blauw groen en spoelt tot schuim tegen het schip, net zeesop. Verder is alles rustig, beter weer kan je (je) niet treffen. Er zijn douches aan boord en kan je je dus elk ogenblik verfrissen, al is het zout water, je frist er toch van op.
Het personeel aan boord bestaat hoofdzakelijk uit marinepersoneel, waarschijnlijk omdat de vroegere bemanning ook gestaakt is. Het zijn geschikte lui en varen voor het grootste gedeelte voor de 1e maal.
Vanavond heb ik op het achterdek zitten lezen en op het dek speelden de jongens harmonica en guitaar.
Zaterdag 22 Juni
Het is 9 uur en we varen langs de Spaanse kust. De golf van Biscaje, het zeemansgraf, zijn we vannacht doorgevaren.
Rotsige bergen verheffen zich boven de zeespiegel en op de achtergrond bergen, alles in de nevel gehuld, hier en daar staat een vuurtoren en voor de rest lijkt het of alles dood is. Aan stuurboord vaart een Spaanse torpedojager en vraagt, met lichtsignalen, de naam van het schip, nationaliteit en lading en dan verdwijnt de jager weer uit het gezicht. Veel valt hier niet te zien, alleen een dode kustlijn en af en toe een schip, dat als een vreemd voorwerp wordt aangekeken.
Vanmiddag heb ik een zonnebril gekocht van f 1,50. Vanaf 7 uur hebben we wacht tot morgenavond 7 uur, wij hadden de 2e wacht van 9 tot 11 en staan beneden met ons drieën in het ruim, bij de Koelcellen en een machinekamer voor de Koeling.
De 4e stuurman die toezag op de machines vertelde hiervan het een en ander. Er staan twee motors ofwel zuig en persmachines die beide of afzonderlijk door een electromotor worden aangedreven. In de gang staan flessen met Almoniak. Deze vloeistof wordt aangezogen en weer samengeperst en vergast. Nu gaat dit gas door de leidingen en zuigt de warme lucht uit de Koelcellen welke zich vermengt met het almoniakgas en nu gaat het weer naar de compressors die weer koelen en zo wordt het gas weer vloeistof. Het is zo natuurlijk veel ingewikkelder maar dit is het eenvoudige systeem.
Van 3 tot 5 stond ik op het dek op wacht en toen vaarden we voorbij Lissabon. Dat was zo’n fantastisch mooi gezicht, al die lichtjes weerkaatsten op de zwarte zee en geregeld [was er] het flikkerende licht van de vuurtorens, de verlichte schepen die voorbijvaren lijken wel spookschepen, want alles is donker, het water pikzwart, dus er is niet anders te zien dan die lichtjes. Om 5 uur kwam de zon op, langzaam heel langzaam werd het lichter en aan de horizon begon de zon te klimmen (aan de horizon). Op het land is het een mooi gezicht, maar op zee is het nog veel schoner. En ik denk aan het spreekwoord: “Morgenstond geeft goud in de mond”, wat nu wel zeer tot zijn recht komt.
Zondag 23 Juni
Het is 10 uur en we varen vlak onder de kust van Portugal en ook hier is weer alles rotsig.
Machtig verheffen zich rots na rots uit de horizon. In de verte zie ik een punt met ervoor een klein rotsje. 10:15 varen we er vlak langs. Het is Kaap St. Vincent, de Zuidwestkust van Portugal. Dit punt wat ik zag is ook een steile rots en er op gebouwd staat een wit gebouw met in het midden een vuurtoren, het blijkt een klooster te zijn.
Fantastisch steekt dit af tegen de blauwe hemel, de zwarte rotsen en de blauw groene branding die beneden de rots hoog opspat. We zitten ongeveer 3 km van de kust af dus je kunt het prachtig zien! Dat die mensen dat kunnen om zich op te sluiten, maar voor dit doel hebben ze hier een geschikt plaatsje gevonden wat eenzaamheid betreft. Dan strekt zich weer een rotsplateau uit en nog een klooster verschijnt. Verderop voorbij een rots verschijnt in volle pracht het stadje St. Vincent met op de achtergrond weer die bergen. Je kijkt er op als was het een dal. Nu verlaten we de kust en steken schuin over naar Gibraltar: Elk ogenblik kunnen we nu Gibraltar passeren, het is 11 uur ‘s avonds, het is jammer dat we het donker passeren. Er staat een wind, het lijkt veel op een storm. Je kunt bijna niet op het dek staan. We lopen naar het voordek, het schuim spat ons om de oren en je moet je stevig vasthouden aan de reling om niet overboord te worden gesmeten. En toch noemen de zeelui het hier een briesje!! Wat zou dan in hun ogen een storm zijn.
We varen tegen [de] stroom in en in de verte komt ons een verlicht schip tegemoet. Het seint en in een wip is hij ons voorbij gedreven.
Daar komt Tanger in zicht, een stukje Spanje aan de Noord Afrikaanse kust, weer precies hetzelfde als bij Lissabon. Een kwartier later is Gibraltar te zien. Duizenden lichtjes branden er, maar de originele rots is helaas niet te zien, daar is het te donker voor.
Nu zijn we in de Middellandse zee. Het is half twaalf en ik kruip in mijn hangmat na eerst nog een heerlijk douche-bad genomen [te hebben]. Mijn oren suizen nog van de wind.
Het eten aan boord is prima, vanavond hebben we bruine bonensoep, aardappels met doperwten en pudding met rozijnen gegeten.
Maandag 24 Juni
Vanmorgen zijn we naar de film geweest. “De redding uit het Westen,” een zeefilm over het varen van Convooien op Engeland in 1944. De storm is gaan liggen, alleen is er nog een klein windje. Ik was vandaag eten halen, we hadden soep, aardappelen en gedroogd fruit, Abrikozen. Het is in het ruim broeiend, maar aan het dek is het heerlijk koel. In de verte schieten er Bliksemstralen door het Hemelruim, het is een schitterend gezicht die zig-zag strepen door de zwarte lucht te zien schieten. Omtrent dit onderwerp heb ik met Daan Swaag tot laat toe zitten praten en kwamen toen [uit] op het radiogebied.
Dinsdag 25 Juni
Vanmorgen was ik Corveër en moest [ik] de kamers schoonmaken. ER is weer kust van Afrika te zien, helaas is het nevelig dus je ziet er niet veel van. Vanmiddag weer de rommel schoongemaakt en om 3 uur moesten we aantreden voor theorie, maar nu voeren we weer vlak onder de kust van Afrika, vermoedelijk [ter hoogte van] Kaap “De Ver” met daarachter het plaatsje Bona, wat echter niet te zien is. De kust is zanderig en rotsig en er lopen wegen en watervalletjes langs of naar zee. Het is begroeid met een soort Den of Palmen en midden op de heuvel staat een ruïne van een kasteel (vermoedelijk). Eronder staat ook een wit gebouw, het lijkt een vuurtoren. We schatten de afstand op twee km. maar de stuurman op de brug zegt dat het wel zes of zeven km is. Verder heb ik de hele tijd zitten schrijven. Hier volgen enige bijzonderheden van het S.S. Volendam.
In 1922 te Glasgow gebouwd.
Een waterverplaatsing van 43723 M3.
Hij is 175 m lang en 20 m breed.
Diepgang deze reis 8 1/2 m.
Hoogte Commandotoren 18 m. Het wordt [aan]gedreven door Turbines.
Gemiddelde snelheid 14 1/2 zeemijlen (a 1852m) per uur.
Het is bemand met 300 man.
In de oorlog voer hij voor de Engelse War Transport.
Op zijn eerste oorlogsreis bij evacuatie van Londense kinderen naar Amerila werd hij getroffen door twee torpedo’s en zonk tot zijn neus in het water. Ook heeft hij deelgenomen aan de invasie in Zuid-Frankrijk en Noord-Afrika.
Het is uitgerust met het beroemde Radar wat het varen in de mist bevordert.
Dit alles stond in de scheepskrant “De Volendammer” die elke 3 dagen verschijnt.
Woensdag 26 Juni
Het is 7 uur en we zijn net de kooi uit en gewassen toen er werd [om]geroepen dat we het schiereiland (of) Kaap Bon [passeerden], de Noordpunt van Tunis, van waaruit de invasie op Sicilië begon. Verder [passeerden we] een klein eilandje, Zebretta, en een groter eiland, Zembra, is nu te zien.
9:50 Aan stuurboord ligt het eiland Pantelleria, het beroemde eilandje uit de strijd om de Middellandse zee en tevens het 1e eiland dat van Italië werd ontnomen.
Het was in 1943 in het voorjaar toen er een groot aantal Engelse bombardement-toestellen over het eiland vlogen en het met bommen bestookten. Plotseling moest één van deze Vliegers een noodlanding maken wegens motorpech. Hij daalde op het eiland en tegelijk liep er tot zijn verbazing een Italiaanse officier op hem toe met een witte vlag en gaf [deze] het eiland onvoorwaardelijk over, als het bombardement maar ophield, maar helaas kon de vlieger nu niet veel meer doen dan dekking zoeken voor het bombardement van zijn eigen mensen. Alles schudde en beefde door de geweldige explosies. Eindelijk kwam er aan deze hel een einde en kon de vlieger, na zijn toestel, dat door een wonder niet getroffen was, gerepareerd te hebben, weer opstijgen en naar Afrika terugvliegen, enige uren later bevond het eiland zich in Engelse handen.
Op de Westelijke punt kun je nog duidelijk de verwoestingen zien. Om zo te zien is het eiland niet makkelijk om (het) te nemen, wegens zijn rotsige kusten en er is een sterke vesting van te maken. Het eiland zal wel in Engelse handen blijven.
Sommige plaatsen die je hier op het eiland ziet, lijken veel op New York, ook van die hoge gebouwen. De kust is hier mooier dan [die] van de andere rotsen en ligt bezaaid met huizen en plaatsen. Boven op een punt van één der rotsen staat een Tempel, vermoedelijk afkomstig van een klooster. Al die huizen die je ziet en bouwwerken zijn wit.
Er varen nu verschillende schepen langs. Tankers en stoomschepen varen langs en in tegenovergestelde richting. En dan denken we was het maar zover dat we ook die richting weer uitvaarden, want op het ogenblik wil ik nog niet terug, maar [ik] zou allemachtig blij zijn als we die 3 jaren achter ons hadden liggen en er levend afkwamen. En dan naar huis!!
Daan Swaag en Stans zijn in de bak gestopt, omdat ze weigerden de Patrijspoorten schoon te maken. Vanmiddag zijn we bij den dokter geweest voor zogenaamde keuring, hoofdzakelijk de controle van de geslachtsdelen en daarna naar de Tandarts. Ook dat was in orde. Om 4 uur tot 4:45 uur kregen we geweeraanslag, een soort gymnastiek met het geweer, maar je spieren kraken ervan.
Vanavond na het eten mijn goed n.l. 2 handdoeken, 2 pr kousen en 1 zakdoek uitgewassen. Het is hopeloos wassen met zout water en het wordt niet schoon. Malta en Sicilië zijn we voorbij gevaren, maar te ver af en [we] hebben er niets van gezien.
Donderdag 27 Juni
Na de inwendige mens flink te hebben volgestopt met eten, hadden we om 9 uur appél. De meeste hebben hun Tropenbroekjes reeds aan, maar ik heb mijn groene broek nog aan. De gymnastiek ging niet door en ben toen gaan zonnebaden. 1 1/2 uur later ben ik toen weer naar de Dokter geweest, omdat de zweertjes van de Pokken open zijn en er een beetje rommel uitloopt. Hij legde er een verbandje op, dat er 5 minuten [later] alweer af was. Er liggen veel jongens in het hospitaaltje wegens hoge koorts van de Pokken.
Van 11 tot 12 hadden we theorie, van Lt. v. Wamelen, over de Oorlogstactiek van de Japs.
Het is nu reeds veel warmer, en benauwd in de ruimen. Er is niets te zien, alleen de zee. Vanmiddag was er theorie en wij waren in plaats van 3 uur om 3:30 uur op het promenadedek. De kaptein was niet erg te spreken en begon te schelden dat hij ons nu zou behandelen als minderen, wat hij trouwens altijd al deed, en hij wil niets meer met ons te maken hebben en dergelijke onzin meer. We zullen zien wie ze harder nodig hebben in Indië, het kader of de zg. minderen. Even voor het eten hebben v.d. Enden en ik een partijtje geworsteld en elkaar eens flink afgedroogd. Terwijl we na afloop zwaar bezweet waren, natuurlijk, hebben we een heerlijke koude douche genomen. Het eten is nog steeds puik. Aardappelen met peen en erwtjes, vleesch, soep en gestoofde appels met Abrikozen.
Na het eten werd ik even beroerd en ben ik op het achterdek gaan zitten. En speelde er harmonica en het was er heerlijk koel.
Toen ik ‘s avonds naar mijn kooi ging, is er nog een stoot gekheid gemaakt.
Vrijdag 28 Juni
Vandaag heb ik beneden corvé bestaande uit de etensboel en W.C. en dergelijke schoonmaken. Daarna op het dek wat Maleisch geleerd. ‘s Avonds nog even op het dek gezeten, en daarna naar bed, want het kan morgenochtend worden voordat we Port Said bereiken.


Zaterdag 29 Juni
Vanmorgen half elf vaarden we de haven van Port Saïd binnen. Van verre was de haven oftewel de stad Port Saïd al prachtig om te zien, die witte stad met de koepels en torens. Even voor de haven kwam de loods aan boord en loodste ons veilig binnen want het is hier erg ondiep, te zien aan twee gezonken zeeschepen, waarvan de masten nog net boven het water uitstaken. Een pier strekte zich uit tot diep in zee, waar hij eindigde in een soort rots. Overal zie je de driekante zeilen van vissersbootjes op het water. We vaarden langzaam voorbij een Nederlands schip, vermoedelijk de “M.S. Tjisadane”, en het zat vol met gerepatrieerden uit Indië, die naar Nederland terugkeerden. Het was een gejuich en geroep tegen elkander.
“Wij gaan naar Batavia en jullie?”
“Wij terug naar Nederland!”
Erachter kwam nog een grote Franse kruiser. Eindelijk lagen we geankerd op +/- 100 meter van de kant en in een ommezien waren we omringt door schreeuwende parlevinkers in kleurige bootjes en willen [ze] je alles verkopen wat op hun bootjes ligt, zoals schoenen, koffers en verdere leerwaren. Was er een koop gesloten, dan werd een touw op het dek geworpen, het geld in ontvangst genomen en daarna het artikel naar boven gehesen. We werden echter aangeraden om niets van die lui te kopen, daar ze het 3 dubbele vragen en nog wel meer ook. Er zijn ook negers die, wanneer je geld in het water gooit, het naduiken en dan in hun mond stoppen. D’er kwamen veel zwartjes aan boord om te werken, een was een goochelaar en vertoonde de gekste trucs, o.a. met kuikens bakken, geld e.d.
We liggen vlak voor de stad en het lijkt een sprookje, al die huizen met gekleurde of witte steen, balustraden. Langs de weg staan Palmbomen en er lopen talrijke Egyptenaren rond in hun kleurrijke pakjes en hun gekleurde bloempotten op het hoofd.
Na het middageten mochten we in ploegjes van 8 man onder geleide van een wachtmeester van boord. Van alle kanten kwamen er bootjes aanroeien met zwartjes en [die] zetten ons over voor maar f 1 per man.
Aan de kade, dus op Egyptische bodem, werd je als het ware aangevallen door die handelslui, alle talen gooien ze door elkaar en bestormen je met vliegenklappers, Egyptische leren portefeuilles en postzegels e.d.
We liepen door een straat, waar die lui op de grond zitten en alles verkopen. Meloenen, Olienoten e.a. vruchten. Het is werkelijk een leuk gezicht. Er komt een ventje op ons af met een krant en vraagt of wij het kopen willen, gelijk loopt hij weer weg en onze wachtmeester mist zijn vulpen. Hij pakt het ventje bij zijn hand en ja hoor, mijnheertje had hem. Het zijn me daar een stel dieven en oplichters, hetgeen feitelijk niet anders kan daar het een mengsel is van allerlei rassen en nationaliteiten. Jongens van een jaar of acht lopen rond met bakjes en schoenenborstels en vragen om je schoenen te borstelen. Doe je het niet, dan krijg je een grote witte streep over je schoenen heen, zo ook bij mij. De volgende straat vloog Joop Görtz erin, want toen hij zijn schoenen liet poetsen en een cigaret wou geven, zei het ventje dat hij geld moest hebben. Hij wou maar f 1 hebben. Daar hij dit natuurlijk niet kreeg, is hij een hele tijd achter ons blijven lopen intussen scheldende, dreigen met stenen, schoppen en slaan tot het hem beu werd en wegging, maar toch pakte hij de cigaret aan. Ze dwingen je bijna iets te kopen en soms sta je omringd door wel twintig van die gasten en vragen je de [meest] fantastische prijzen. Zij verkopen een soortleren vliegenvangers voor f 2 en willen hem dan weer terughebben voor f 1, wat inderdaad wel eens lukte. er staat hier een bekend Oosters huis waar ik twee fotorolletjes kocht voor f 7,50, nl. “Martin Artz”. Hier kun je alles kopen, Horloges, sieraden, fototoestellen e.d. Als je maar geld hebt. Ook staan er gebouwen van de K.L.M. en een reclamebord van Philips. Er wonen hier ook Hollanders.
Het werd 4 uur en we gingen weer terug met de bootjes naar de “Volendam” voor weer f 1. Dit was veel jongens te veel en sprongen in het water en zwommen naar de boot toe. ‘s Avonds moesten ze echter bij de dokter komen, daar het water hier ongezond is.
Vanmiddag hadden we een toespraak van Majoor Gouwman wegens de verjaardag van Prins Bernard.
‘s Avonds 10 uur waren we klaar met innemen van water e.d. en voeren weer uit Port Saïd, welke nu één lichtzee was. We kwamen in het Suezkanaal, wat vaag te onderscheiden was.
Terwijl ik zat te schrijven, hoorde ik weer een gejuich en keek ik uit het Patrijspoortje. Daar lag de “Johan van Oldenbarneveld” geankerd, ook met Hollandse soldaten voor Indië. Het was een prachtig gezicht, dat grote grijze verlichte schip met een groot aantal opgewonden en roepende jongens aan dek. Aan boord ontving ik 4 brieven van Holland, twee van thuis, 1 van Joop de Werk en 1 van Goppel.
Zondag 30 Juni
Vanmorgen gingen we het 1e gedeelte van het Suezkanaal uit en kwamen in een meer. Aan het kanaal zelf is niet zo veel te zien, de kanten zijn van steen en daarachter zand en nog eens zand met af en toe een kameel.
We moeten wachten op een boot die uit het 2e gedeelte van het Suezkanaal komt. Het is een Franse stomer. Tegenover ons liggen Zandbergen en zandwoestijnen, het is een schitterend gezicht, zoals het daar ligt beschenen door de zon in purperen kleuren. Er liggen aan de oever twee schepen en een Vliegboot. Het wemelt hier van de zeevogels die op het afval van brood e.d. afkomen, mooie vogels zijn het, net rijstvogels, maar dan in het groot, rode snavels, zwarte kop tot even achter de oren, de rest wit en de vleugels bruin gekleurd terwijl de staart ook weer wat is gekleurd. De klok is in 3 nachten 60 minuten vooruit gegaan. Om 3 uur namiddag varen we het 2e gedeelte van het kanaal in. Er liggen aan de kant wrakken van gezonken zeeschepen, die hier door de Moffen gebombardeerd waren. Aan de Arabische kant is niet veel te zien. (als) Twee Arabieren doen hun gebed naar het Oosten, ze vallen op hun knieën en brengen hun hoofd in het zand naar het Oosten. Aan de Egyptische kant ligt een grote verkeersweg van Port Saïd naar Suez en je ziet er auto’s over rijden, het meest militaire wagens. Er staan ook huizen, een soort Oases met Palmen en woningen. In de deuropening staat een knappe Arabische vrouw, naast het huis twee witte kamelen. Ergens ver weg luidt een bel en [dit] weerklinkt tegen de bergen, welke blauw afsteken tegen de lucht.
Daar ligt Suez, een prachtplaats om zo te zien. We varen langs het gebouw van de Hollandse Consul. Knappe, bevallige vrouwen lopen hier, een pracht om naar te kijken. Suez zelf ligt +/- 6 km buiten de haven.
We doen Suez niet aan, maar even buiten de haven wordt het anker uitgegooid. Het Suezkanaal is ongeveer 190 km lang en men moet bewondering hebben voor het pionierswerk wat hier is verricht, om dwars door de woestijn een kanaal te graven.
De Volendam blijft hier liggen om olie in te nemen en een Olieboot komt langszij. Deze boot is in Holland gebouwd. Er ligt een Engels Vliegtuig dekschip dat niet binnengekomen is en nog enige schepen.
Om 7 uur zijn we weer de pineut want we moeten op wacht.
De Johan van Oldenbarneveld komt ook binnen.
Van 9 tot 11 en van 3 tot 5 uur beneden in ruim D1 en D2 gezeten bij de munitie.
Maandag 1 Juli
Het is 5 uur en we varen weer. We zijn nu in de Rode Zee. De Johan van Oldenbarnebeld is een 1/2 uur eerder vertrokken dan wij. Aan weerszijden liggen Zandbergen resp. Arabië en Egypte. De zon komt op en plots is alles purper gekleurd. Het begint heerlijk warm te worden. De Volendam loopt in op de Johan van Oldenbarneveld. Nu ligt hij langszij aan bakboord. Het is een prachtig beeld voor een foto. Hij steekt zo prachtig af. Die grijze boot op het diepblauwe water met op de achtergrond het purper der zandbergen. Om 9 uur had ik wacht op het sloependek, heerlijk in de zon. Tot 11 uur en daarna mijn pruik laten knippen. Vannacht hebben de heren mijn mes met touw en al van mijn belt gehaald en ook mijn Capleeuw met oranje vilt (van mijn Cap) gestolen. De Johan van Oldenbarneveld blijft achter, er schijnt iets te haperen want ineens went hij de steven en vaart terug naar Suez. Van 3 tot 5 de laatste wacht bij het Hospitaaltje en 7 uur worden we afgelost.
Van 7 tot 8 bij Schouwenburg geweest, die in het hospitaaltje ligt. Görtz heeft een rapportje omdat hij op de wachtpost had geslapen. Het is ontzettend benauwd en een groot gedeelte gaat boven slapen.
Dinsdag 2 Juli
We komen schijnbaar vlakbij de Evenaar want het wordt steeds heter. Wegens de hitte ging de Cursus voor Chauffeurmonteurs niet door. Van 11 tot 12 Theorie van Lt. Lagenwey over Granaten en Japanse mijnen. Aan de horizon vaart de “Edam” en er passeert een boot, ook een Hollander, in tegengestelde richting. Van 1 tot 3 hebben we thans verplichte rust.
‘s Avonds op het achterdek gezeten, want het is te benauwd om te gaan slapen. Bij het schuimende water, achter de schroef, zijn talloze kleine lichtjes te zien, veroorzaakt door fosfor moleculen in het water.
Woensdag 3 Juli
Was vandaag eten halen en heb ‘s morgens na het appèl op het dek gezeten enz. Onder het eten loopt het zweet met straaltjes van mijn gezicht. Er is niets te zien, alleen zee. De Rode Zee [is] bekend door het feit dat voor de jaartelling Moses met zijn volk bij zijn uittocht uit Egypte door de Rode Zee liep, nadat de zee zich had geopend.
Vannacht zijn we de keerkring gepasseerd en hebben [we] dus het benauwdste gedeelte achter de rug. Het grootste gedeelte slaapt op het dek wegens de drukkende hitte.
Donderdag 4 Juli
Met 6 man was ik vandaag weer de klos, n.l. we moesten ‘s morgens en ‘s middags het voor- en middendek schoonspuiten en schrobben. Dit was ons natuurlijk juist welkom in deze hitte. Om een uur of 5 krioelde het op dek van de grote sprinkhanen en Libels, waarvan ik er twee heb gevangen en er een op sterk water [heb] gezet, en de ander wil ik drogen. ‘s Avonds heb ik tot 12:30 op het dek gezeten, terwijl ondertussen al die beestjes om je heen zwermden. Nam om 12 uur een douche en ging toen in mijn hangmat, waar ik ‘s morgens in een waar zweetbad ontwaakte.
Deze middag passeerden we verschillende eilandjes. met boven op de top van een rots een soort zoutwinnerij met er om[heen] een menigte huisjes.
Vrijdag 5 Juli
Het is nu wat minder warm, maar het schip deint erg, want we zijn de Rode Zee uit en bevinden ons in [de] Indische Oceaan. We kregen vanmorgen een toespraak door de Lt. Kolonel over zg. tucht. In 28 uur tijds was er een tank water verbruikt van 24 ton en dit moest minder worden, anders halen we Colombo niet eens met de watervoorraad.
‘s Avonds terwijl ik zit te schrijven steekt er een storm op en het schip werd heen en weer geslingerd, zodat een groot gedeelte der jongens zeeziek werd en tenslotte toen ik mijn hangmat ophing, moest ik ook hard naar de W.C. lopen om mijn pudding uit te spoegen. Eenmaal in mijn hangmat had ik nergens meer last van.
Zaterdag 6 Juli
De storm is nog niet geluwd en nog steeds word je door elkaar geslingerd. Het eten was brood, boter met spek en jam. De jongens moesten geen boter en smeerden hun porties op mijn brood. ‘k heb alles opgegeten en toen dachten ze dat het er spoedig uit zou komen, maar geen last. De golven slaan hoog over het schip heen. Vliegende vissen bij de vleet.
We moesten met 4 man de W.C. schoonmaken. ‘s Middags geslapen en na het eten zitten schrijven en een verhaal over een zeemeerminnetje opgedist.
Zondag 7 Juli
De Zondag verstreek ook weer even eentonig als de andere dagen, met het verschil dat er alleen geen dienst is en je je eigen dus helemaal verveelt, liggen slapen op het dek en na het eten ook geslapen tot een uur of 5 .
Maandag 8 Juli
Om half vijf hadden we theorie over tekens ter Velde. Wat er met ons is, weet ik niet maar iedereen heeft buikpijn en is aan de Diarrhee. Terwijl ik ‘s avonds nog at, voelde ik het al komen. Görtz had het zo erg dat hij lag te kreunen en in elkaar kromde van de pijn.
Nadat ik de Dokter had gehaald, ging hij naar het ziekenzaaltje.
Vermoedelijk ligt de oorzaak bij het water, dat zo vies smaakt en zeker bedorven is.
Dinsdag 9 Juli
Vanochtend waren de krampen niet meer zo hevig, maar ik was beroerd en kon niets eten. [Er] was kamerwacht en moest dus op de kamer blijven. Görtz lag nog in de ziekenzaal en mocht geen bezoek ontvangen.
Woensdag 10 Juli
Om 7 uur werden we ons bed uitgetrapt door een Luitenant.
8:30 Appèl met inspectie op het dek. Van 9 tot 10 uur gymnastiek op het promenadedek van Lt. van Wamelen.
10-11 uur. Theorie van WRM Corsé over alles en zo meer. 11 tot 12 uur Theorie van Kapt. Warner over Verkennings en Patrouilletochten. Om 12 uur Broodmaaltijd en van 1 tot 3 geslapen.
3 uur was het uitbetalen van f 8 voorschot op ons maandgeld.
Görtz komt niet uit het hospitaaltje.
Omstreeks half vier kwam Colombio in zicht en even later klom de loods aan boord, gebracht door een Engelse loodsboot. [Deze was] wit van kleur en droeg ook de naam “Pilot”. Het watervlak is bezaaid met kleine bootjes of prauwen, nog smaller dan kano’s en hebben een tamelijk groot driehoekig zeil. Er zitten zo een 2 of 4 man in, zwartjes. Ook gezonken zeeschepen herinneren eraan dat ook hier oorlog is geweest.
Toen we langzaam de haven binnenvaarden, gingen we door een ingang, want aan weerszijden strekte zich een zeewering uit.
De toegang tot de haven werd bewaakt door [een] z.g. wachthuisje met een platform, waarop in oorlogstijd blijkbaar kanonnen op stonden. Aan de andere kant staat een vuurtoren met eveneens een fort.
(kaartje van de haven)
Schets verklaring.
1. zijn de forten met platform
2. vuurtoren
3. zeewering
4. De Volendam
5. Het schip Gejerusalem
6. Een drijvend schip uitgevoerd als dok om kleine scheepjes te repareren.
De ander stipjes zijn verschillende zeeschepen.
Een prachtig en tegelijk een machtig gezicht was het spel der golven, zoals ze daar woest tegen de zeewering te pletter sloegen, het water wat toch over de wal sloeg, stroomde terug en vormde zodoende een mooie waterval over de gehele linie.
Zoals velen Oosterse steden vanuit zee gezien een schitterend gezicht bieden, zo ook Colombo. Bombay en Colombo moeten echter de mooiste steden zijn vanuit zee gezien. Volgens mij kan Bombay niet mooier zijn dan Colombo.
Als men echter in Bombay aan land gaat, schrikt men terug van de vuiligheid en lelijkheid der stad, zoals wij in Port Saïd die zagen. Colombo lijkt mij anders, meer beschaafd en meer een Europese handelsstad. Jammer genoeg mochten wij wegens de politieke toestand niet van boord, wel de passagiers en bemanning die daar natuurlijk gebruik van namen.
Vreemd doen voor ons de Palmen en Cokesbomen aan te midden van de stad tussen de huizen in. Aan stuurboord strekken zich hele bossen uit met hier en daar langs het strand een huis of een kasteel.
De drukte in de haven is enorm. Om ons heen liggen wel 10 grote zeeschepen van verschillende nationaliteiten, natuurlijk ook Hollandse, Motorbootjes en rondvaart[schepen?] zwermen om ons heen. Er komt een motorbootje langszij met Brits-Indische matrozen, ze vragen om cigaretten en zijn zo blij als kinderen als we ze bestrooien met Rhodesia’s. Er komen verschillende mensen aan boord zoals, Hollandse marine autoriteiten, Politie en een Dokter. Ook passagiers, waaronder twee Marva’s en verscheidene andere vrouwen.
De post is ook aan boord, maar er was slechts één brief voor mij van Goppel en niet de verwachte brief van Moeder met de foto’s. Hopelijk ligt er in Batavia een stapel post voor ons.
De watertankboten komen langszij en pompen er zo’n 200 ton water in de watertanks, het water smaakt nu weer heel wat beter.
Ook de olietankboot komt er weer aan en brengt de olievoorraad weer op peil, dus sinds Suez heeft hij +/- 500 ton olie verbruikt.
De Indiërs op deze boten worden ook bekogeld met cigaretten. Het valt mij op dat deze lui zeer kalm zijn, ze zijn veel knapper, beschaafder en eerlijker, vriendelijker dan de mannen in Port Saïd. Ze zijn gek op cigaretten en vliegen erop af, maar ze verdelen alles kalm en rustig onder elkaar zonder te vechten of te ruziën.
De vogels, of de soort zeemeeuwen, zoals wij ze noemen, zijn bijna in elke haven anders. Zo zijn het hier grote zwarte vogels en lijken [die] veel op de zwarte raven in Holland. In tegenstelling tot andere vogels kunnen zij niet zwemmen en duiken, maar vallen vanuit de lucht op het water neer en grijpen met hun klauwen de vissen uit het water.
Het is donker en lichtjes spiegelen op het water. Vlak onder ons patrijspoortje ligt de watertankboot en wij bonden zo goed als het ging een gesprek met hen aan. Op het laatst kregen we een kokosnoot van hen.
Je weet niet wat je proeft na 6 jaar, heerlijk is de melk voor de dorst van deze vrucht. Zij zelf hadden ook een goede buit, van cigaretten en geld (wat zij wel wat wantrouwig bekijken). Met een stukje zeep waren zij de Koning te rijk.
Donderdag 11 Juli
Was vanmorgen vroeg op om foto’s te nemen, maar het was te donker en het beeldte ver weg om goed te gelukken.
Om 7 uur vertrokken we weer en brak het laatste gedeelte van onze reis aan. We moesten tot 12 uur aardappels schillen op het B dek bij de Cantine. Daarna eten en tot 3 uur geslapen. Van 3 tot 4 uur kregen we Maleische les door een Kapitein.
[Om] 4 uur thee en van 4 tot 5 een toespraak van de Indische onderluitenant over Hygiëne en het gevaar van de vrouwen in Indië en de ziektes die je daarbij op kan lopen.
[Om] 6 uur eten en een Telegram van Prins Berhard als antwoord op het gelukstelegram dat de Volendam hem toezond.
Door de jongens worden er Cabaret en Filmvoorstellingen gegeven onder de titel “Toffe jongens op een ouwe schuit”.
Vrijdag 12 Juli
Met z’n zessen hadden we Corvédienst tot 11 uur, kregen daarna theorie van de WMR en Lt. van Wamelen over de granaten en Kanonnen.
Om half vier moesten we onze gehele uitrusting poetsen en ons bepakken voor inspectie door Kapt. Warner.
Er is tot 6 uur geen water. Het eten was vanavond, aardappels met peentjes en pudding na., filmvoorstellingen op het dek en er werd gesproken met Neptunus, zodat hij morgen aan boord komt. Heb vanavond inkopen gedaan in de Cantine, zoals inkt, papier, cigaretten, borstels ed.
Zaterdag 13 Juli
Indische Oceaan, 9 uur. We passeeren de evenaar en Neptunus komt aan boord, begeleid door enige zeemeerminnen. Met muziek wordt hij naar het dak op het ruim gebracht, op het achterdek. Er stonden twee grote bakken zeewater en pannen met een soort schuim. Na een rede van Neptunus, waarin hij zeide dat het verboden was de evenaar te passeeren, zonder door hem gedoopt te zijn, en begon daarna de namen des slachtoffers volgens het alfabet af te roepen, waarna zij bij hem moesten komen.
De eerste was de Luitenant Kolonel. Hij knielde neer voor Neptunus en werd door één de meerminnetjes ingezeept, daarna met een houtmes geschoren, moest een glaasje zeewater drinken en werd daarna in de bakken geworpen, met kleren en al aan.
Zo volgenden we allemaal, stuk voor stuk, ook alle officieren werden gedoopt. Tot groot genoegen moesten ook de twee Marva’s dit lot ondergaan. Sportief kwamen zij voor den dag, ook de vrouw van de Dokter en verschillende Missionarissen moesten [het] eraan geloven. Toen werden de slangen aangezet en het restje wat nog droog was, [werd] tot op de draad toe nat gespoten. En acharme, zou juffrouw Goppel zeggen. De twee Marva’s hadden zich juist droog [gemaakt] en waren nu weer strontnat. Op het laatst werd Neptunus beetgepakt en ook in het bad gestopt en was de plechtigheid en de pret afgelopen.
‘s Avonds werd de film Tarzan gedraaid, helaas brak hij halverwege af.
Zondag 14 Juli
Hadden weer eens Corvé op het B dek en daarna naar de Kerkdienst geweest in P1 op het Promenadedek.
Het regent als een bezetene, er is niets te zien dan een grijze mist, even later is het weer voorbij. ‘s Middags aan het wassen geweest, mijn onderbroek, twee handdoeken en een paar sokken. In zout water valt het niet mee, 3 uren staan boenen, een stuk zeep verbruikt en nog is het niet schoon.
‘s Avonds zitten schrijven en [om] 10 uur naar bed.
De klok is nu ongeveer 5 uur voor, zodat het nu in Holland 5 uur is en de pret pas begint.
Maandag 15 Juli
9 uur. Theorie over automobielen, cursus AC1 voor monteurs. Er werd gesproken [over] Carborator, 2 tact en Distributietandwielen.
Om 11 [uur] moesten we een spuitje halen, maar de chauffeurs hadden deze al in Breda gehad, dus kwamen wij er gezegend van af.
Onze wapens halen en schoonmaken. Een toespraak van de Majoor Gamman, waarin hij een beroep op ons deed. ‘s Middags inspectie wapens. Kregen doopbewijzen van het passeeren der evenaar. De Johan van Oldenbarneveld passeert ons weer. Vanmiddag passeerden we ook verschillende eilandjes langs Sumatra.
Dinsdag 16 Juli
Om 7 uur passeerden we een grote vuurberg, de rook kwam nog uit de bergtop. Nu varen we geregeld tussen eilanden door. De straat Soenda. Prachtig komen de oerwouden uit.
Een dichte wildernis strekt zich uit langs de kust, met hier en daar een nederzetting. En nu voel ik weer, dat het werkelijk mij aantrekt en ik dat land nog meer kan gaan liefhebben.
Te 4 uur voeren we de baai van Tandjok – Priok binnen, de haven is zeer verwaarloosd en er liggen gekapseisde Japanse houten boten. Jongens van de E.M. staan aan de kade, het schip wordt tegen de kant opgetrokken, er staan jeeps en vrachtwagens van de R.J.M.J. Aan de andere zijde der inham staan honderden vrachtwagens.
Ontving een brief van thuis en een kaart van Sjaan Visser. ER worden bananen geruild tegen Rhodesia’s (cigarettenmerk, RD). Alles is nu ingepakt en we zijn klaar om van boord te gaan, maar dat gebeurt pas morgen.
Er liggen nog verschillende schepen, zoals de “Java” ed. Even na ons, ongeveer 2 uur later, stoomt ook de “Johan van Oldenbarneveld” binnen.
Woensdag 17 Juli
Alles wordt gereedgemaakt om het schip te verlaten, maar ik met 5 andere jongens moeten achterblijven om onze verblijven schoon te maken. Om 9 uur gingen de jongens van boord. De kade stond vol met vrachtwagens, “Dodges”, om de jongens te brengen. Ons werk was gauw gebeurd en om 11 uur verlieten ook wij het schip. Met de “Dodges” werden we naar Tandjong-Priok gebracht. Na 11 minuten rijden door het dorp of [de] stad, waren we in de kampong. De 1e indruk was hopeloos. Het kamp bestaat uit rijen bamboehuisjes, 2 huizen per batterij. Toen we de huisjes binnengingen, zagen we niets dan een vierkant leeg gebouwtje met houten vloer. Om 2 uur kregen we het eten, het wordt nu door de koks van de eigen batterij gekookt. Daarna zijn we het dorp en kampong wezen bezoeken. Overal zie je dezelfde armoedige huisjes en de mensen zijn hier gek op onze Rhodesia’s. Twee trossen bananen voor 1 pakje. Kokosnoten e.d. zijn er bij de vleet. Als je zo rond kijkt, is het voor ons prachtig. De natuur, heerlijk warm en al het vreemde. Geiten en kippen lopen over de weg. De wegen zijn stoffig en zoals bij ons de bomen zijn het hier Palmen of Bananenbomen, die langs de weg staan. Het meeste wat ons opviel waren de huizen met de hoeren. Wij zitten langs de weg en [ze] lokken [ons] als het ware naar binnen, maar kijk uit want nogmaals is er voor gewaarschuwd dat alles hier verrot is. Ons oog viel op een rosse kip en op de Jappen, die wanneer ze langs ons gaan, beleefd salueren, de etters.
‘s Middags kregen we een klamboe, cigaretten en bier. De W.C.’s zijn bij de rivier, zg. hurk w.c.’s, zodat alles in het water valt. Om de haverklap hebben we appèl en moeten we kinine pillen slikken. We kruipen om 7 uur (want dan is het al donker) onder de klamboe, tegen de vliegen, en slapen op de houten vloer.
Donderdag 18 Juli
Vanmorgen zijn we wezen zwemmen in het zwembad van Tandjon-Priok. De toestand hier in de stad is alles nog normaal en rustig, alleen moesten er in ons Indië alleen Nederlanders zijn als bezetting, want dan zou alles veel en veel beter gaan. We hadden vanmiddag Indische kost, rijst met bananen.
‘s Middags kregen we onze werkpakken dwz. 2 overhemden met twee lange broeken. We hebben nu een djongos (Indische huisbediende, RD), die ons helpt met de boel aanvegen, pannetjes wassen en het goed, dit doet hij voor cigaretten en wat eten. In het andere huisje hebben ze een jongetje van een jaar of 10, hij heeft een hempje gehad en een petje, en is de koning te rijk.
‘s Avonds was er een film op het veld, een tekenfilm en de film “Woestijnoorlog”. In de verte wordt er geschoten met artillerie.
Vrijdag 19 Juli
Om 6:30 stonden we weer op en kregen toen een half uur P.T. Daarna wassen, je zeept je in en schept met een pannetje water uit een bak en gooit dit over je heen. Het eten is genoeg, bijna een halfje brood met boter en veel belegging. Ik had een klein wondje aan mijn voet en ging er mee naar de dokter, zodoende hoefde ik geen exercitie mee te doen. Daarna kregen we een veldoefening in het veld, zoals verspreiden, dekken en aanvallen. Dit duurde zo een 2 uur en het zweet lipe ons met stralen van het gezicht.
Van 1 tot 3 uur rust en begonnen om brieven te schrijven, onder hevig gepest der vliegen.
Om 3 uur gingen we weer zwemmen aan het strand. Langs de weg die we liepen, waren zwartjes bezig met netten van vistuig. Bepaald vriendelijk keken ze nu niet naar ons.
Tegen 7 uur werd ons bekend gemaakt dat we morgen naar Batavia vertrekken en zijn we dus nog eens een grote tros bananen gaan halen in de kampong.
Zaterdag 20 Juli
Weer is om 8 uur alles ingepakt en zitten we te wachten op de wagens, die ons naar Batavia zullen brengen. Om 11 uur waren ze er, en na een half uurtje waren we in het Postkantoor van beneden Batavia. Langs de wegen die we reden, liepen apen over Telefoondraden, een reuze leuk gezicht.
Nadat we ingekwartierd waren, zijn we de stad ingegaan om een neef te zoeken van W. Doffelhof, die we tenslotte ook vonden in het gebouw waar minister van Mook zich ook bevindt. Ook deze stad is zeer verwaarloosd.
Er draaien bioscopen gratis voor militairen. De watervoorziening voor het wassen is hopeloos, daar de Brits-Indiërs de kranen het
meest gebruiken en dus de druk wegvalt.
Er is geen licht in het gebouw en het slapen is niet veel want alles slaapt veels te dicht op elkaar.
Zondag 21 Juli
Vanochtend zitten stikken op mijn (brits?), er is hier meer gelegenheid tot schrijven en werken dan in Tandjong. Je kunt zien dat hier ook honger heerst, want alles vraagt om eten. Vanmiddag weer zitten schrijven.
Het leven gaat gewoon door. ‘s Morgens tot 12 uur dienst en ‘s middags zwemmen.


Woensdag en Donderdag stonden we op wacht voor het gebouw.


Vrijdag middag gingen we schieten op een vliegveld even buiten Batavia, het ligt daar bezaaid met wrakken van Japanse en Engelse vliegtuigen en de wegen zijn hier slecht. Vol kuilen en tot tweemaal toe zakte de Dodges tot zijn cardan[as] in de blubber, met ons allen hebben we hem er weer uitgetild.
We schoten met geweer en sten. Van de week hebben we electrisch licht gekregen en hebben wij het gebouw door de Jappen schoon laten maken. Er is nu een Cantine in de benedenhal. Verschillende jongens, zoals Soest en Smith, hebben nu een wagen. v.d.Span rijdt een Jeep.


Zaterdagmorgen hadden we wat infanterieoefeningen, zoals sluipen en verschillende kruip en rol bewegingen. Er lopen door het gebouw Baboes die voor ons wassen, maar ze zijn zo duur dat ik het zelf maar gedaan heb.
‘s Middags hadden we een parade voor het gebouw en de Nederlandse driekleur werd gehesen, dit was omdat wij de 1e Ned. Artillerie
zijn in Indië. De Cantine werd geopend en we kregen thee met Cake.
De Laat (Aad, RD) heeft de wagen van Smit genomen en is daar gisterenavond mee gaan rijden en ergens tegenaan gereden, zodat de cabine naar achteren is gedrukt, nu zit hij in voorarrest.
Het verkeer is allemaal links. Wij liggen in het Hoofdpostkantoor van de benedenstad Batavia. Tegenover ons staat het stadhuis waar nu de mannen van de K.N.I.L. in liggen, aan de ene kant aan de hoofdingang van het gebouw staat een pleintje. Hier staan onze badplaatsen, met bakjes schep je het water uit de bak en gooit [je] dit over je heen. Daarachter ligt een gebouw waar de Brits-Indiërs gelegerd zijn. De Brits-Indiërs hebben knappe smoelen, maar je verstaat en niet, dus kun je hen niet begrijpen, maar toch.
Als zij en de Engelsen het land uit zijn, gaat alles veel beter. Er is [een] fotootje genomen van Görtz en mij voor het stadhuis.
‘s Avonds worden we met wagens naar de stad gebracht, zo ook vanavond, met Görtz samen zijn we in de Y.M.C.A. geweest, [voor een] consumptie, ijs met limonade. Görtz heeft nog gedanst met de halfbloedjes.

Zondag 28 Juli
Ontving gisteren een brief van Henny met een trouwfoto en een brief van Joop Hoppe die nu in Bandoeng ligt. Vanmorgen naar de kerk geweest en verder de hele middag zitten schrijven. De zwartjes hier zitten de gehele dag voor dat gebouw te wachten tot er wat eten afvalt, want het is honger inde stad. Zoals bij ons vroeger bij de Duitsers, nu vliegen ze je aan als je naar buiten komt met een boterham. Ze fietsen rond met een soort carriers, als personenvervoer.
Maandag 29 Juli t/m Zondag 4 Augustus
In deze week is het al net zo als in alle andere weken. Een Maandag werden de stukken 4 per batterij in ontvangst genomen en stond ik op wacht. Een Dinsdag werden ook de Chauffeurs en Seiners, wij allen onderricht in de kanonnen. We moesten allen leren om er in tijd van nood mee om te gaan en dus krijgen we nu dag in dag uit “Gundrill” (?, RD).
Er wordt thans door de Baboes, 4 per batterij, voor ons gratis gewassen. Ik wast e mijn handdoeken en sokken uit en raakte 1 handdoek en een paar sokken kwijt. Van deze week kregen we f 24 voor de maand Augustus. Er is nog steeds fruit, en om bananen geven we zoveel niet meer.


Zaterdag ontving ik een brief van thuis met de 5 foto’s van de reis tot Engeland, en van Henny kreeg ik ook een brief. ‘s Avonds was er nog film in de eetzaal n.l. Tarzans Triomph.


Zondag waren we vrij, maar we mochten niet weg, daar er militaire goederen aan een Chinees waren verkocht door jongens v.d. Artillery. We moesten aantreden en met de M.P werden de medeplichtinge[n] eruit gehaald, ze zaten voornamelijk in de 1e en 3e batterij. De Majoor Gamman sprak ons toe in de Cantine over het gevaarlijke van deze diefstallen, daar deze indirect aan de extremisten werden verkocht. De M.P. was bezig in het gebouw te zoeken, Eindelijk om 10 uur mochte we de stad in en we besloten naar de dierentuin te gaan om een aapje te kopen. Met Görtz en Bakker liften we op een G.M C. tot het Koningsplein en vandaar namen we bus 6 tot aan de dierentuin te Tjikini. In de bus spraken we nog met een militair, pas uit Holland met het vliegtuig aangekomen nadat hij in Januari na de gevangenschap op Java naar Holland was gegaan. Ook zat er een vrouw die de [krijgs]gevangenschap had meegemaakt en thans op het punt staat om naar Holland te gaan.
Het treft dat elke Hollander die je spreekt, ondanks de ellende der laatste jaren van dit land, Indië, houden en zeggen, dit is mijn land en niet Holland. Vreemd maar waar.
Ook ik begin dit te voelen. In de dierentuin liggen momenteel Brits-Indiërs, maar voor 10cent mochten we het park bezichtigen.
Er waren nogal tamelijk wat beesten, wat mij wel meevalt, n.l. apen. Bavianen, Orang oetan, een bruine en een zwarte, witte en andere soorten apen. Nijlpaarden met jongen, krokodillen, zebra’s, karbouwen, grote hagedissen, antilopen, vogels, eenden. kippen, konijnen, alle soorten van Paradijsvogels enz. enz. Ook staat er een boom van wel 3 1/2 meter dik, hij heeft de wortels boven de grond en vanuit de takken van bovenaf hangen weer nieuwe wortels neer die de grond zoeken om zich daarin vast te zetten, zodat over een 50 jaar de dikte der boom wel een 8 meter zal zijn.
Nadat we geen aapje hier konden kopen, werden we gestuurd naar een andere Passa, een luitenant in een jeep die we aanhielden om te liften, bracht er ons.
Deze Passa bevindt zich in een Chinezenbuurt, er zij hier ook grote mooie zaken, waar je alles kan kopen voor vastgestelde prijzen, maar hoe we hier ook zochten en de markt doorkruisten, een aapje konden we niet kopen. Terug liften we [met] een Dodges [mee] van de Artillerie.
‘s Middags na het eten blijven schrijven, naar huis en Henny. ‘s Avonds met Doffie de Passa in Batavia over gelopen, ze vliegen je bijna aan voor cigaretten. Ze geven er f 5 per blikje voor. Daarna in de Marine Cantine wat gedronken.

Maandag 5 Augustus
We zijn vandaag wegens de Verjaardag van Prinses Irene weer vrij, eerst kregen we om 9 uur een toespraak van Majoor Gamman, daar het het eerste lid [van] de prinselijke familie is dat wij op Indische bodem vieren. Vanmorgen heerlijk op het dak liggen zonnebaden, vanavond heb ik de wacht-parade voor Hannes Kamerling overgenomen, daar hij eerst 6 dagen ‘s avonds gezeten heeft en nu de eerste avond vrij naar een meisje van hem wou.
Na de parade met P. Bont en P. Rienstra naar de Passa en verkocht daar twee blikjes cigaretten voor f 10. We bezochten de Y.M.C.A. Marine cantine en Hollandse Cantine, alles is er even duur, limonade 40 ct, ijs 60 ct enz.
Dinsdag 6 Augustus
Het grootste gedeelte der 2e Batterij staat op wacht en zodoende moesten wij met 7 man naar Meester Cornelis om kanonnen te repareren. In Mr. Cornelis echter konden we nergens de R.E.M.I. vinden, zodat we onverrichter zaken moesten terugkeeren.
Intussen vermeld ik nog dat een Zondagavond een ontzettende zware onweersbui met stromende regen en hagel is geweest en [het] gisterenavond ook regende. Ook gisteren middag op het rapport geweest bij de Kapitein, wegens het zoekraken van mijn handdoek en het bepraten van de werkomstandigheden als monteur.
Dinsdagmiddag kocht ik een vrucht voor f 0,50 die net op een grote sinaasappel lijkt. Na het eten ging ik de Passa over en verkocht [ik] 2 busjes cigaretten voor f 10 en kocht een zonnebril en een stofbril voor resp. f 3 en f 1,50.
Vanavond weer zitten schrijven.
Woensdag 7 Augustus
Na het appèl om 8 uur moesten we met 5 man en w.m. (wachtmeester, RD) Borst en 7 man van de 1e Batterij naar Meester Cornelis. Met de wagen werden we er gebracht bij de R.E.M.J. Dit is een werkplaats waar alles gerepareerd wordt zoals auto’s, motors, motorfietsen, landbouwmachines, Compressoren en alle soorten wapens, alles voor Militaire doeleinden. Buiten staan er wagens, z.g. rijdende werkplaatsen, met draaibanken, boormachines enz. Zo komen hier ook onze kanonnen en munitiewagens, deze moeten wij demonteren, schoonmaken, repareren en weer monteren. Dit neemt ongeveer een tijd in beslag tot 1 September, want dan moet alles klaar zijn.
Het is prettig werken hier, we staan geheel vrij in ons doen en laten.
Om 4 uur waren we klaar en werden [we] met een wagen opgehaald. Sinds Januari had ik niet zo vuil meer gezien, maar na een heerlijk seram bad knap je heel wat op.
Donderdag 8 Augustus
Het werk op Mr. Cornelis ging vandaag niet door zodat we mee moesten doen met exercitie, het ging vanmorgen werkelijk goed en we rustten even uit op de stoep van het station van de republikeinen.
Na de middag 2 uur gingen we zwemmen, het zwembad in Batavia en Priok was wegens schoonmaken gesloten en dus gingen we naar Zandvoort in Priok. Het zwemmen in zee valt nog niet mee. We kochten vandaag een Ananas voor 10 cigaretten. Vanavond verkocht ik op de Passa twee blikjes cigaretten voor f 10.
Vrijdag 9 Augustus
Vanmorgen hadden we een uurtje Gundrill en exercitie, terwijl we ‘s middags de kanonnen moesten poetsen.
Zaterdag 10 Augustus
Het was vanmorgen vroeg op, want we gingen oefenen in het kaartlezen of oriëntatie. Nadat we in ploegjes van 5 verdeeld waren met 1 sten, gingen we om 7 uur in de vrachtwagen, Redfort 3 1/2 ton. Zo werden we langs allerlei omwegen zo’n 15 km buiten Batavia gebracht. Tot het zwembad Manggarai (Wijk in Jakarta, RD) konden we ons nog wel oriënteren, maar daarna kwamen we op een smalle weg, reden [we] door kampongs en sawahs. Bij een bruggetje werd ploeg 6 afgezet, een kilometer of 2 verder ploeg 5. Nu kwamen we op een smalle kampongweg, reden onder laag begroeide bomen door en kregen zodoende een regen van blaren en vruchten op ons hoofd.
Plotseling kwamen we weer door een kampong, hier hadden ze schijnbaar nog nooit een auto gezien want op de weg zaten de zwartjes met hun handel zoals bananen, Cokesnoten, rijst, glazen met thee en potjes met snoepjes enz. Ze keken ons als wondermensen aan en koortsachtig brachten ze de rommel aan de kant. We reden weer door maar namen aan de linkerkant glazen en potjes mee, reden over bananen en rijst heen, [de chauffeur] kon er niets aan doen want de weg was reuze smal en het ging verder net. Even verder werd ploeg 4 afgezet. Daarna was ons ploegje aan de beurt, ons ploegje bestond uit Görtz, Brouwers, de Boer en Kruchten en mijn persoontje. Eerst gingen we zitten en op ons gemak eten. Görtz nam de kaart en vroeg de naam aan een zwartje, van deze kampong.
Zodoende konden we ons op de kaart oriënteren. De bewoners hier zijn zeer beleefd en vriendelijk. Ze stappen van hun fiets af en groetend lopen ze voorbij. Met een cigaret doe je ook hier wonderen en ze knippen dan voor je als een knipmes. De natuur is hier prachtig. Bananenbomen, Palmen en Kokosbomen. Nu zie je pas de schoonheid van Java.
Nadat we gegeten hadden, gingen we op pad en kwamen we op de verkeerweg terecht. Een Brits-Indische wagen stopte voor ons en bracht ons weer een km of 2 verder, toen liepen we een 5 km en daarna hielden we een wagen aan van een paar zwarten, deze bracht ons tot het zwembad Manggaraï. Vandaar liftten we [in] een militaire auto tot het postkantoor. Zo kwamen wij als eerste van de jongens aan.
Het is werkelijk een aardige morgen geweest en leerzaam. Vanmiddag geen dienst en heb [ik] mijn rommel opgeruimd. ‘s Avonds met
Duffie en v.d. Blij Batavia in. We kochten een tros bananen en gingen daarna in de Marine Cantine en Y.M.C.A. zitten.
Görtz heeft contact met zijn familie, zij zitten in Bandoeng en nu krijgt hij 3 dagen verlof om naar Bandoeng te gaan.
Zondag 11 Augustus
Vanmiddag om 2 uur gaan zwemmen in Priok. Het gaat me nu wel aardig af, het zwemmen. Terug liften we met een Brits-Indische wagen mee.
‘s Avonds zitten schrijven en zo is deze Zondag weer kalm voorbij gegaan.
Maandag 12 Augustus
[Om] 6 uur was het opstaan geblazen. Wij, de chauffeurs, behoefden geen P.T. mee te doen en wij moesten vooreten.
Om half acht stonden we aangetreden voor het gebouw. Er kwamen 9 Bedfords (trucks, RD) met instructeurs en [die] brachten ons naar de Pantserschool ten Menting, aan de buitenkant van Batavia.
Wij krijgen hier weer een geheel nieuwe opleiding als Chauffeur-Monteur en voor het rijbewijs B.
Tot 12 uur kregen we theorie aan de wagens. De instructeur van ons is een soldaat van het K.N.I.L. Hij heeft reeds 9 Indische dienstjaren en is krijgsgevangene geweest in Japan en de Filippijnen. Als hij zo vertelt, kan je merken wat of er door al die mensen daar geleden is.
Op de binnenplaats van de kazerne zaten twee aapjes aan een touw, ze konden oook in de boom klimmen. Je lacht je dood om de malle capriolen die zij maken. Het eten moest nog vanuit onze kazerne komen en werd door Smit gebracht. Een Woensdag eten we mee met de keuken van hier.
‘s Middags hadden we rijden met 7 man in een wagen. Onderweg kregen we pech aan de motor, de benzineleidingen waren verstopt en na enige pogingen het onwel te verhelpen, werden we op sleeptouw [genomen en] naar het Postkantoor gebracht.
Er is nog steeds geen post voor mij, het is nu alweer een week geleden.
Dinsdag 13 Augustus
Gisterenavond heeft het gestortregend, dit is het 1e regentje sinds Engeland dat we aan land zijn. Vanmorgen werden we weer gehaald en naar de Pantserschool te Menting gebracht. We krijgen weer lessen in het rijden enz. Dit duurt nu ongeveer weer 2 maanden. ‘s Middags hadden we theorie over het 4-tact systeem. De luitenant die les geeft, legt alles zeer duidelijk uit. Tijdens het etens-appèl wordt medegedeeld dat er nu ook voor korporaal en hogere [rangen] gegroet moet worden, dus nu krijgen [we] zo langzamerhand hetzelfde rotzooitje van vroeger weer terug. ‘k Ben beroerd en heb hoofdpijn, vermoedelijk heb ik tijdens het zwemmen een Zondag kou gevat. We kregen vanavond 10 tinnetjes bier voor f 2. Ik probeerde ze te verkopenmaar de jongens kwamen reeds in lange rijen en met tassen vol naar de Passa en brachten toen de prijs naar beneden, zodat de Chinezen in plaats van f 2 slechts f 1,50 per tinnetje gaven. Dus nam ik ze maar weer mee terug om ze later te verkopen. Eindelijk ontving ik een brief van thuis, geschreven 3 Augustus.
Woensdag 14 Augustus
Ben vannacht erg beroerd geweest, koude rillingen en erg warm, hoofdpijn en keelpijn enz., zodat ik om 8 uur op het ziekenrapport ging en pas om 12 uur met het eten naar Mentring kon. ‘s Middags kregen we theorie, Verkeerstekens. Thuis waren er weer 2 brieven, 1 van J. Hoppe en 1 van Henny. Ben nog steeds beroerd en ging dus vroeg naar bed.
Donderdag 15 Augustus
Het is vandaag Maria-hemelvaart en wij hebben een vrije dag.
Vannacht is er een overval geweest door extremisten op het gunpark, ze werden echter uit elkaar gejaagd. Verder is deze dag niet veel [gebeurd]. De jongens van de 1e en 2e batterij moeten vanavond op wacht.
Vrijdag 16 Augustus
Vannacht zijn er 7 gevangenen gemaakt op het gunpark, door onze jongens. Het waren vermoedelijk dieven die het op de tentzeilen der auto’s hadden voorzien. Vier waren ontsnapte gevangenen uit de strafgevangenis.
Wij gingen weer naar Menting en kregen weer rijden en theorie, verkeerstekens.
‘s Avonds kregen we 300 cigaretten: 100 Captains en 200 Lucky-Strike. We waren wegens [de] gespannen toestand in Batavia geconcentreerd en mochten de stad niet in.
Zaterdag 17 Augustus
Gewapend met sten en kogels gingen we dit keer naar Mentang. We kregen motortheorie en van 10 [tot] 12 uur rijden, we kwamen ergens in Batavia terecht waar het wemelde van de rood-witte (Japanse, RD) vlaggen. Er deed zich echter niets voor. Vanmiddag op de Passa de 2 blikjes Captain verpatst voor f 10.
‘s Avonds op de kamer zitten schrijven. Gisteren kreeg ik van Piet v. Driel een postzegel van f 10 uit Nederland.
Zondag 18 Augustus
Vanmorgen naar de Wilhelmuskerk in Ms. Cornelis, er was dienst door een Nederlandse veldprediker.
‘s Middags zwemmen in het zwembad van Priok.
Maandag 19 Augustus
Weer naar Manting, we beginnen nu om 7 uur tot 1 uur. Ik ben ingedeeld in groep B, theorie en een soort repetitie over het [de] vorige keren behandelde. Er zijn veel Dysenterie gevallen bij ons onderdeel, vermoedelijk door onrijp fruit en door het eten van het ijs van de zwartjes dat bereid wordt van ongezuiverd water. De kanonniers gaan volgende week naar Bandoeng om de K.N.I.L. af te lossen en gaan dus vechten. Ontving 3 brieven van Henny, Joop en Anny, ‘s avonds was er film in de eetzaal. Görtz heeft een verlofpas en gaat Donderdag naar Bandoeng.
Dinsdag 20 Augustus
De wagen waarmee we moesten rijden vanmorgen was defect, het achteruithandlepalletje was losgetrild en in de versnellingsbak getrild. We kregen weer theorie en waren om 1 uur klaar en om 2 uur thuis een boek gelezen, mij gewassen en 2 brieven geschreven naar Goppel en naar huis en ontving ook weer 2 brieven, 1 van Oom Koos en 1 van Moeder.
Woensdag 21 Augustus
Vandaag werd een jongen van de 6e Batterij begraven die [op] Zondag door [en] auto ongeluk dodelijk gewond werd. ‘s Avonds zijn we met ons drieën, Bakker, Bont en ik, naar de “Astoria” bioscoop geweest, er draaide een mooie film, schaatsen en kunstrijden op de ijsbaan en ijsballetten vormden de hoofdstukken van de film. Het wereldnieuws uit Holland doet je goed, vooral als je ver weg bent, zo ook het stuk dat Walcheren droog is en de opbouw weer begint. Görtz is reeds met verlog naar Bandoeng.
Donderdag 22 Augustus
De dagen zijn precies als voorheen, rijden en theorie ed. ‘s Middags om 1 uur na het fourangeeren vrij en ben ‘s avonds met Duffie naar de kapper in de Holland Cantine gegaan.
Vrijdag 23 Augustus
Het rijden op de 3 tonners gaat goed, door de stad enz. We hadden weer theorie over de koeling en oliesmering. We hadden een dansavond inde Cantine, er waren V.H.K. en Marva’s genodigd. Echter moesten de cursisten van de pantserschool op wacht en konden wij ons nog technisch drukken zodat we toch meefeesten. Eerst was er Cabaret en daarna werd er drank geschonken en gedanst. Met ons zessen, van Borst, van Vens, Piet en Boudewijn, Blauwboer e ik, kochten we drie flessen drank en zo dronk ik mij voor de 1e maal dronken, gevolgen erg vrolijk maar kon natuurlijk niet dansen. Toen ik vanmorgen wakker werd, barstte ik van de koppijn en was [ik] even aan de diarree. We hebben nu tamelijken W.C.’s met afdak ed., de Bruintjes hebben er een week aan gewerkt.
Zaterdag 24 Augustus
Vrij van dienst, daar we niet naar de Pantserschool hoefden. De kamer opgeruimd. ‘s Avonds om 6 uur waren wij – dwz. P. Driel en ik – aan de beurt voor wacht, wij hadden de wacht van 6 tot 8 voor het gebouw. In deze tijd werd er een bruintje binnengebracht. Kwam om 8 uur van [de] wacht af en ben in de Cantine gaan zitten schrijven. Intussen heeft het zwartje binnen bij de officier van Picket een heel verhaal afgedraaid over bandieten die om 11 uur vannacht een overval zouden plegen op het benzine- en munitiehuisje in het gunpark, waar ook de auto’s en kanonnen staan. Voor dit doel, zo zei het bruintje, zaten er 20 man in een spoorwagen op het spoorwegexplacement bij het station tegenover ons Cunpark, ook hier waart er rood-wit.
Omstreeks 11 uur gingen we in 4 groepen van 4 man erop uit. Ons ploegje stond onder commando van de picket officier, we slopen over de straat langs het Cunpark, het par zelf is afgezet met prikkeldraad. Verder langs het station en hier stopten we even. Op de trappen van het station liggen mensen te slapen, meest ouder mannen, vrouwen, kinderen, bedelaars misschien maar meer dood dan levend te horen naar het hoesten en kuchen wat ze doen. Er werd besloten in 3 ploegen de spoorwagon te omsingelen, terwijl onze ploeg het munitiehuisje bewaaken moesten voor een eventueelen ontsnapping der bende. Terwijl we dit befluisterden, kwamen er 3 Brits-Indiërs luidruchtig aangelopen en bleven vlak bij ons herrie staan te schoppen en brachten ons in een moeilijk geval.
Eindelijk waren ze weg, plots werd er geschoten. Vermoedelijk vanuit het Cunpark. Direct gingen we naar het park en bleven met 2 groepen bij het munitiehuis. De andere groepen gingen naar de spoorwagon. Hier namen we een verdacht persoon gevangen die zich op ongeveer 2 meter voor mij bevond. Tenslotte kwamen de twee groepen onverrichter zaken terug, de wagon was reeds leeg, later bleek dat onze gevangenen hun had gewaarschuwd.
We verzamelden ons om weer terug te gaan toen er weer op ons werd geschoten. Nu waren we gelukkiger en namen 5 gewapende gevangenen.
Inderdaad hadden ze het huisje in de lucht willen laten vliegen.
Van 12 tot 2 stonden we weer op wacht bij het munitiehuis en schrokken omstreeks 1 uur hevig van een kat die toen wij keken wat het was heftig tegen ons blaasde. Mijn maat sloeg hem daarom dood.
Van 2 tot 6 rustte ik heerlijk [uit] van het eventjes spannend gewezen avondje.
Zondag 25 Augustus
Om 6 uur stond ik op het Cunpark om de in- en uitgaande wagens te controleren. Terwijl ik daar stond, vloog er een grote vliegende hond of Kalong tegen het prikkeldraad. Ik pakte hem en stopte hem in mijn patroontas. Om 8 uur afgekomen, gegeten en gewassen.
Vannacht waren er ook Mariniers geweest die bij ons een kampong omsingelden en 40 personen gevangen namen die in verband stonden met de gepoogde overval.
Van 12 tot 2 stond ik voor de laatste maal vandaag op wacht, het was stikkend heet en bijna niet uit te houden. ‘s Middags bestudeerde ik de vliegende hond. Het beest is ongeveer 15 cm groot, heeft 2 voor en 2 achterpoten waaraan de vleugels bevestigd zijn. Aan de vleugels zitten 4 hangnagels terwijl de poten net klauwen met grote nagels. Hij heeft een grote kop en lijkt veel op een hondenkop, een grote bek met een serie schitterende tanden. Eerst wou ik hem opzetten, maar ‘s avonds heb ik [hem] toch maar laten vliegen.
Maandag 26 Augustus
Vannacht om 2 uur werden we gewekt, daar onze batterij picketwacht (legerjargon voor gratis naar de film, RD) had en er weer geschoten werd op het Cunpark. Toen wij er heen gingen, was er niets meer loos en konden we weer naar bed gaan. [Om] 6 uur reveille en om 7 uur weer naar de Pantserschool in Menting. We werden nu verdeeld in klassen nl. A.B.C. Wij kwamen in A met P.v.Driel en nog 3 anderen. We moesten achteruitrijden en tussen busjes parkeren. Kregen weer theorie electro e.d. ‘s Middags kreeg ik twee brieven van thuis en Kees en één van Henny met 9 foto’s uit Deelen.
‘s Avonds zitten schrijven naar thuis. Verleden week viel het mij op dat er zoveel ongelukkige mensen hier wonen, zo zag ik laatst een man met een armpje als dat an een kind van een jaar of 6 terwijl zijn andere arm normaal was. Eerder nog zag ik hetzelfde met een inlander die een kinderbeentje had, dit zal hier wel komen door de vele [venerische] ziekten die hier heersen.
Dinsdag 27 Augustus
Pantserschool, we kregen de blaadjes terug van de repetitie en mijn cijfer was wel het hoogst nl. een 9. Het rijden ging goed. ‘s Middags moesten we meedoen met de voorparade, maar we gingen een wagen repareren in het Cunpark.
Woensdag 28 Augustus
Wegens het nieuwjaar der Mohammedanen hadden we ‘s middags vrij. ‘s Morgens gingen we verder aan de wagen repareren. Vanmiddag zwemmen in het zwembad Manggerai. ‘s Avonds picketwacht in de Cantine. Brief geschreven naar Kees en Jo Hoppe. Om 11 uur patrouille gelopen.
Donderdag 29 Augustus
Weer rijden en theorie op de Pantserschool, ‘s middags even een wagen gerepareerd in het Cunpark.
Vrijdag 30 Augustus
Vrij van de Pantserschool en wij liepen mee op de Voorparade op het Koningsplein. ‘s Middags met P. v. Driel zijn jeep schoongemaakt voor de parade van morgen.
Zaterdag 31 Augustus
Het is Koninginnendag, de eerste welke ik in het buitenland vier. Was vanmorgen “etenhaler” en hoefde dus niet met de parade mee.
Daarna mij verkleed en met De Laat naar het Koningsplein. Onderweg kochten wij bij Min Sen 2 filmrolletjesvoor f 12. We reden nog een stukje met een kg (?, RD) fietstaxatie. Op het Koningsplein was het bar druk. Het was afgezet door M.P.’s. Met moeite konden we langs hen heen slippenen een plaats krijgen bij de verslaggever. De jongens stonden reeds opgesteld. Schotse doedelzakspelers en een militaire kapel speelde eerst het Wilhelmus.

Koninginnedag parade 1946.

1. Ambonneezen
2. Artillery
3. Stoottroepen
4. Infanterie
5. K.N.I.L. Ambonneezen
6. Jagers
7. Marine
8. V.H.K.
9. Mariniers
10. Marva’s
11. Brits Indiërs
12. Ghurka’s
13. Br. Indische M.P.
14. Schotten doedelzakspelers
15. Militaire kapel
16. Engelse M.P.
17. Engelse Marine
18. Artillery stukken
19. Tanks Pantserschool
20. Bruggen tanks
21. Overste Kaptein en Luitenant te paard
22. Tribune
23. Opstelling v. Verslaggever.
Dr v. Mook kwam en nadat de troepen geïnspecteerd waren, begon de parade. Er vlogen vliegtuigen over.
Het 1e liep de Engelse Marine, De Militaire kapel stond nu opgesteld in het midden van het veld. De Schotten speelden op hun doedelzakken. De Marva’s liepen goed en waren allen in ‘t wit. Op één na de laatste ploeg liep de Artillery, ze liepen werkelijk goed. Daarna kwamen de Ambonneezen en de rijdende sectie Artillery. Op het laatst kwamen de tanks en de 2 bruggen tanks. De parade was werkelijk geslaagd. Bijna van elke ploeg zijn foto’s gemaakt.
Het eten vanmiddag was uitstekend, rijst, pap en vruchten uit blik. ‘s Middags was de opening van het sportveld in het Deca park.
Jongens van de Artillery vormden 4 elftallen gekleed in oranje, rood, wit en blauw. Er volgde een toespraak en het veld was geopend. Een Ambonees fluitorkest zorgde voor de muziek. Veel variatie van sport was er, schermen, boksen, worstelen, jiu jitzu gedemonstreerd door M.P., turnen, basket en voetbalwedstrijden. Toen we bij het postkantoor terugkwamen, hoorde ik net dat ze wacht nodig hadden en dacht zo gauw mogelijk weg met Blauwboer en Rienstra naar de Y.M.C.A. en net zag Blauwboer een kennis van hem met een auto. Zo zijn we toen de hele avond wezen toeren.
Tjideng kamp, een vrouwenkamp, de zwarte kat en dergelijke uithoeken bezocht.
In de zwarte kat was het hopeloos, alle was dronken en de M.P. had handen vol werk.

Zondag 1 September
Daar ze mijn handdoeken hebben gepikt, kon ik mij niet wassen en moet [ik] nu op de Passa zien om een handdoek te kopen. We zijn toen met Brouwers en v. Veen de Passa over gelopen en kocht daar een handdoek voor f 10,=. Toen ik thuiskwam, hadden de jongens mijn handdoek weer gevonden.
Om 6 uur was ik met Blauwboer en Rienstra in de Y.M.C.A. [Om] 6 uur precies kwam de Schot van gisterenavond, nu in gewone broek, en ik probeerde met hem te praten. Hij zit in het Schotse regiment, maar is Engelsman, woont in Birmingham, is dienstplichtige, heeft gevochten in Frankrijk en Duitsland en is na de Capitulatie via Singapore op Java aangekomen. Vermoedelijk vertrekt hij omstreeks December naar Engeland. Daar komt Caspar aanzetten met z’n Fifteen hondred night en heeft een kameraad meegenomen die Chauffeur monteur is bij de A.A.T. Om aan wat geld te komen, had de Schot een deken en een paar sokken gehaald en wij gingen die op de Passa verkopen.
Vandaar gingen we naar de Engelse Cantine en dronken daar een paar tinnetjes bier en maakte weer kennis met 2 Engelsen van het Air Corps. Caspar had nog niet gegeten en raakte daardoor door 4 tinnetjes erg vrolijk. We toerden van het één naar het ander[en belandden in een] Hollandse Cantine, in Oom Henk.
We hadden daar de meeste lol met Caspar en de Engelsen doordat ze tegen een luit zaten te praten op de bekende gekke manier.
Eerst brachten wede Engelsen weg en daarna de zg. Schot op Meester Cornelis. Daar Blauwboer en Rienstra weggaan naar Tandjeng, kunnen ze niet komen een Dinsdag, maar met mij spraken ze toen af een Dinsdagavond zes uur in Y.M.C.A.
Maandag 2 September
We moesten niet naar de Pantserschool daar wij, P. v. Driel en ik(Quats?) moesten rijden met kanonnen. Echter had ik een lekke band zodat ik niet mee kon en eerst de band most repareren. Snuffelde in de wagens en vond 4 pakjes Engelse cigaretten en een gloednieuwe vetspuit. Wehadden vanmiddag inspectie van de geslachtsdelen. Op rapport omdat we Donderdag avond niet op het appèl waren doch het gaf niet daar wij de wagen hadden gerepareerd. De jongens maken zich gereed om morgen naar Bandoeng te gaan.
Dinsdag 3 September
Was vanmorgen op het ziekrapport. De jongens zijn om 4 uur al weggegaan naar Bandoeng.
Na het ziekenrapport om 9 uur ging ik liften naar de Pantserschool, maar zag onderweg Ko Kools met een Ford 3 tonner. Hij moest naar de O.T.ka (?) om zijn remmen en versnellingshandle te repareren, en ik ben toen met hem meegegaan. De overgebleven jongens hebben vanmiddag een spuitje gehad tegen Cholera en Typhus. Görts is weer terug van verlof met Bandoeng. Kreeg vanmiddag een brief van Moeder en Henny met Foto’s. Blocknote gekocht en geschreven naar Thuis en Henny.
Woensdag 4 September
Een sterk staaltje was het vandaag toen we thuis kwamen en hoorde dat de grote vlag door een onbekende gescheurd was zodat er nog alleen een Roodwitte vlag hing.
Donderdag 5 September
We hadden vanmorgen mondelinge repetitie en ik bracht het er vrij aardig af. ‘s Middags met Görtz de stad in om te kijken voor schoenen. Voor Henny kon [ik] niet goed slagen en ik wil eerst nog eens naar huis schrijven.
Görtz kocht een paar mooie schoentjes voor zijn meisje, voor f 23,90 in een Hollandse zaak. We gingen even aan bij het Ziekenhuis, waar de jongens Kamerling, Ebbelinghause liggen wegens dysenterie. Ook liggen er hier gewonde jongens van de strijd, zonder benen of armen, en veel (?) ziekten zijn er.
De jongens van de 3e en 4e Batterij zijn terug uit Tanjeng, ze hebben een hoop meegenomen zoals krissen, sabels, pijlen, speren enz. De Artillerie heeft zich goed doen kennen, het eerste schot maakte reeds 50 doden. De infanterie kon zich toen goed inzetten en leden 1 dode en 3 gewonden.
Vrijdag 6 September
De roodwitte vlag van het station is door een jongen van de 5e Batterij eraf gehaald en hij heeft er een roodwitblauwe voor in de plaats gehangen. Toen wij met de wagens om 7 uur langskwamen, was de roodwitblauwe reeds weg en ‘s middags was de roodwitte er echter weer opgehangen.
Vanavond geschreven naar thuis en Henny.
Zaterdag 7 September
Vannacht werden we ons bed uitgehaald voor Picketwacht. ER werd zwaar geschoten met sten, Bren, handgranaten en Piat, waar het was weet ik niet, maar niet ver van ons vandaan. We konden echter gekleed naar bed gaan.
Vanmorgen was het grote schoonmaak van de wagens. ‘s Avonds op wacht, had de 1e wacht van 6 tot 8 en van 12 tot 2 voor het gebouw.
Zondag 8 September
Wacht van 6-8 en 12 tot 2 in het Gunpark. We hebben er 4 G.M.C. bij gekregen voor Bosch de Ridder, Thaler en Westdijk.
Gisteren kreeg ik een brief van Henny met de foto’s van haar trouwen.
Vrijdag 13 September
Om 7 uur vertrokken we met 5 wagens en een vechtwagen in de richting Buitenzorg. De wegen zijn zeer verwaarloosd en zijn nu enkel gat, het is moeilijk rijden, de natuur is prachtig, sawa’s, rijstvelden, Plantages ed. Overal is nog de spooren te zien der Japanse overheersing.
Dipok,is door rampokken totaal uitgemoord, thans liggen er jongens van de Infanterie.
‘s Middags 4 uur waren we weer thuis.
Zaterdag 14 September
Het was vanochtend schoonmaken van de wagens, vanmiddag goed uitgewassen ed.

Hier stopt het dagboek.

  1. Olaf
    February 17, 2010 at 20:05

    NICE! Ik ga hem een keer helemaal lezen als het af is 😀

    oooi

  2. Arnold Olsthoorn
    December 1, 2010 at 00:44

    Leuk verhaal, komt me bekent voor, mijn vader is er ook geweest in Maart 1947, alleen heeft hij niks opgeschreven wel veel foto’s gemaakt onderweg.
    Haal de typ fouten nog even uit, verder petje af!!

  3. Moeder en Jos
    June 29, 2011 at 15:13

    Hallo Bob, samen met moeder even gekeken naar deel 1 en 2 van het verhaal. Hartstikke leuk!! Moeder heeft het bij haar favorieten staan en gaat het de komende tijde helemaal lezen.
    Ook naar tante Hennie een mail gestuurd met de link. Alleen jammer dat ze geen internet heeft.
    Moeder en Jos

  4. Moeder en Jos
    February 1, 2012 at 15:09

    Fantastich dat je het op internet hebt gezet. Ik had het origineel lang gelden eens gelezen, maar veel was weer weg gezakt. Nu maar hopen dat het vervolg gevonden wordt als tante Henny de inmiddels beruchte dagboekbrieven niet heeft weg gegooid. Jammer, zo bezitterig.

  5. Donald Görtz
    February 5, 2014 at 15:33

    Hallo Bob,
    Ik zoek naar gegevens over ene Joop Görtz (Johannes Andreas Hendricus Görtz, geboren 1926 te Soerabaja, NOI. Hij is de zoon van een half broer van mijn vader. We hebben dus dezelfde grootvader. Graag kom ik in contact met hem, zijn kinderen of kleinkinderen. Ik ben bezig met de genealogie van familie Görtz. Mijn naam is Donald Görtz. E-mail adres: donald@upshape.com
    Ik hoop van harte op nieuws van U!

  6. February 23, 2014 at 22:47

    Donald, fijn dat we in contact zijn en dat het inderdaad om dezelfde persoon gaat. Ook bij mij bestaan er nog veel witte vlekken over deze tijd. Ik hoop dat ook andere familieleden van legermaten zich melden, want ik heb een doos vol ongeïdentificeerde foto’s uit zijn vier naoorlogse jaren Indonesië .

  7. Joop M. Nieuwland
    May 23, 2016 at 10:39

    Op zoek naar stamboom gegevens kwam ik terecht bij het dagboek van Joop van den Dool. Hij is een zoon van de zuster van mijn grootvader Jacobus Bartholomeus Adrianus Clerc. Ze noemde hem vaak Co. Ik heb de hele familie ontmoet en gekend en heb warme herinneringen aan ze. Ik wist dat Joop naar Indië was geweest. Ook met Kees heb ik veel gelachen. In 2003 ben ik nog bij Henny op de Goudse singel geweest, zij was een nicht van mijn moeder. In de jaren 50 heb ik als jongetje spaken geregen in de Pijperstraat.
    Ik wil graag kontakt, ook om de gegevens van de stamboom verder compleet te krijgen.

  1. No trackbacks yet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s